allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Gracupica nigricollis

Zwarthalsspreeuw - Gracupica nigricollis - Black-collared Starling

De zwarthalsspreeuw is een vogel die zoölogen lange tijd heeft beziggehouden. De vogel werd voor het eerst beschreven in 1807 door Gustaf von Paykull, een Zweedse onderzoeker, en door hem ingedeeld in het geslacht Gracula, het geslacht waar ook de beo in zit. Niet veel later dachten anderen dat de vogel beter paste in het geslacht Sturnus. In 2008 nog is de vogel opnieuw "verhuisd" en ingedeeld in het geslacht Gracupica. Hij heeft dus de volgende wetenschappelijke namen gedragen: Gracula nigricollis, Sturnus nigricollis en nu dus Gracupica nigricollis. Ook in andere talen is hij onder meerdere namen bekend, zo heet hij soms ook zwartkraagspreeuw of zwartnekspreeuw, maar voor het woord spreeuw kunt u ook maina lezen. Wij houden op het op zwarthalsspreeuw.

Zwarthalsspreeuwen zijn forse sterke vogels van rond de 28 cm groot die voorkomen in het zuiden van Azië. Ze leven daar in en rond tropische en sub-tropische droge wouden maar ze blijven wel altijd in de buurt van water. Ze drinken niet veel, maar badderen graag dagelijks. Ze komen ook vaak in plaatsen waar mensen zich gevestigd hebben, op zoek naar eetbaar afval. Deze vogels leven voornamelijk op de grond, ze zoeken er hun voedsel. Van nature eten ze insecten, wormen, maden en andere insectenlarven, wat zaden en soms kleine amphibiëen en reptielen. Soms volgen ze grazend vee om zo de opgejaagde prooidieren makkelijker te kunnen vangen.

Meestal is de man 2 of 3 cm groter dan de pop en verder is het de man die het meest zingt. Echt uiterlijke kenmerken tussen man en pop zijn er niet. Bij beide geslachten kleurt de oogring naar geel als ze broedrijp worden. Zwarthalsspreeuwen leven in groepen en kunnen zeer luidruchtig zijn. Bij gevaar, als groep als ze opvliegen en in de broedtijd maakt met name de man flink kabaal.

Van takken, lange grassen en bladeren maken de vogels in de broedtijd een fors nest boven in een boom. Het nest ziet er zeer rommelig uit en heeft vaak een zij-ingang. Na indrukwekkend baltgedrag van de man volgen er diverse paringen en enkele dagen later begint de pop met leggen. Ze legt gemiddeld 4 eieren per legsel. De eieren worden 16 of 17 dagen bebroed en de jongen worden door beide ouders zeer vaak gevoerd. In het begin met kleine prooien maar al snel met sprinkhanen en forse wormen. De sprinkhanen worden door de oudervogels vaak eerst in stukjes gehakt. De jongen vliegen uit als ze rond de 25 dagen oud zijn.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.