allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Tockus leucomelas

Zuidelijke Geelsnaveltok - Tockus leucomelas - Southern yellow-billed Hornbill

Zuidelijke Geelsnaveltoks komen van oorsprong uit het zuiden van Afrika, in Angola, Botswana, Malawi, Mozambique, Namibië, Swaziland, Zambia, Zimbabwe en Zuid-Afrika. Ze leven daar in uitgestrekte bossen en droge gebieden waar o.a. veel doornstruiken voorkomen. De soort werd voor het beschreven in 1862 door Baron Karl Klaus von der Decken.

Deze tok is rond de 50 cm groot, de snavel zelf is vaak al 10 cm lang. Er is geen of nauwelijks uiterlijk verschil tussen de geslachten, beide hebben donkere poten en een donkere oogring.

De Zuidelijke Geelsnaveltok heeft een gevarieerd menu; hij eet allerlei vruchten en zaden, spinnen, insecten en zelfs schorpioenen. Bij weinig aanbod van grotere prooien eet hij vooral termieten en mieren.
De toks vangen de meeste prooien op de grond.

Ook bijzonder is het broedgedrag. Na de bevruchting kruipt de pop in een holte in een boom, die vervolgens door haar praktisch wordt dichtgemaakt. Met modder, mest en plantaardig materiaal metselt ze het hele gat dicht tot er alleen nog een smalle spleet overblijft. Daardoor voert de man de pop, die de eieren bebroedt. Na ongeveer 25 dagen komen de jongen uit. De man krijgt het dan erg druk, hij voert nog ruim 2 weken alles alleen, pas dan maakt de pop de opening weer groter en kruipt het nest uit. De jongen maken het gat direct weer dicht (op de voederspleet na) en dan kunnen man en pop samen voeren.
Dat gaat zo nog 2 weken door, pas dan hakken de jongen het nest definitef open en komen ze naar buiten.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.