allevogels


advertentieruimte

Anas crecca

Wintertaling - Anas crecca - Eurasian Teal or common Teal

Dit fraaie eendje, de wintertaling, is al in 1758 beschreven door Linnaeus, later is er naast de nominaatvorm Anas crecca crecca nog een ondersoort beschreven, de Anas crecca nimia. Eerder waren al verschillende ornithologen met dit eendje bezig geweest, Linaeus gebruikte hun data ook voor de beschrijving en de eerste wetenschappelijk naamgeving. Dat werd uiteindelijk Anas crecca, waar crecca een soort weergeving is van het geluid dat de woerd wintertaling maakt.
De crecca crecca is de soort die bij ons leeft, in geheel Europa, het horizontale midden van Azië en in Noord-Afrika. De nimia leeft veel noordelijker, grofweg tussen Groenland en Siberië.

Het is een vrij kleine eend, hij is rond de 30 cm groot. Ter vergelijking, de bekende wilde eend is rond de 55 cm groot. Het verschil tussen de woerd en de eend (zo noem je mannetjes- en vrouwtjeseenden) is zeker in het voorjaar en de zomer heel erg duidelijk. De woerd is prachtig gekleurd met een schitterende flanktekening en een groene baan op de kop. De eenden zijn minder opvallend, handig als schutkleur tijdens het broeden, maar zij hebben wel een heel fraaie fijne tekening en een felgroene spiegel.
Buiten de broedtijd verliest de woerd de felle kleuren, hij dan donkerder en veel minder opvallend. Op de fotopagina staan ook voorbeelden van de woerd in eclipskleed (kleed buiten de broedtijd).

Wintertalingen eten in het voorjaar, zomer en herfst vooral dierlijk voedsel, allerlei insecten, wormen en slakken. In de winter leven ze van zaden van waterplanten en oeverplanten en grassen en kruiden.

In de winter zoeken deze talingen vaak kusten op, waar ze net zo gemakkelijk in zoet als in brak en zout water leven. In het voorjaar gaan ze naar beschutte meertjes en plassen, liefst met veel oeverbegroeiing. Ze broeden vlak bij het water, in holen in de grond of op de grond onder dichte beplanting.
De eend legt rond de 10 eieren en ze broedt die zelf uit in ongeveer 3 weken. De woerd trekt dan weg en zoekt mannelijke soortgenoten op. In grote groepen ruien deze dan allemaal tegelijk, zeer snel en door de hoeveelheid zijn ze tevens iets veiliger voor rovers.
Moedereend voert en voedt de jongen zelf (op) en als ze kunnen vliegen, trekken ze samen naar de overwintergebieden. De woerden gaan in groepen ook die kant op en gedurende de winter vormen zich daar dan weer nieuwe koppels. De jonge wintertalingen ruien pas na de winter naar hun volwassen kleed.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.