allevogels


advertentieruimte

Sylvia borin

Tuinfluiter - Sylvia borin - Garden Warbler

Een van de minst opvallende inheemse vogels is de tuinfluiter. Hij heeft geen felle kleuren en/of spectaculaire tekening, hij is niet heel groot en hij houdt er ook nog eens van om lekker verborgen in het struikgewas en tussen de boombladeren te leven.
Hij kan wel fraai zingen, hij doet zijn naam beslist eer aan. Zijn zang lijkt wel op het riedeltje van de merel alleen fluit de tuinfluiter het veel sneller en wat zachter.

Deze fraaie zangvogel is voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Pieter Boddaert, een Nederlands arts en natuuronderzoeker, in 1783. Hij was niet de ontdekker maar hij bedacht wel de namen bij verschillende prenten van vogels die tot dan niet benoemd waren. Hij beschreef van de tuinfluiter de nominaatvorm, die voorkomt in geheel Europa. Later is er nog een ondersoort beschreven, de Sylvia borin woodwardi: deze leeft iets oostelijker, in het noorden van Rusland.
In de winter trekken beide ondersoorten naar Afrika om te overwinteren.

Tuinfluiters worden in diverse vogelgidsen beschreven als; "zonder bijzondere uiterlijke kenmerken". Zodra er oogstrepen, vleugeltekening of grote kleurverschillen in de verschillende veervelden te zien zijn bij een vogel, is het dus geen tuinfluiter. Ze zijn gewoon grijsbruin, soms wat donkerder, soms wat lichter. Het zijn robuuste vogels met een vrij korte maar behoorlijk stevige snavel.

Juist dat laatste is wat apart, de meeste insectenetende vogels hebben juist lange dunne snavels. Toch bestaat ook het menu van de tuinfluiter voor 95% uit insecten en hun larven. Met die forse snavel weet hij zelfs de kleinste insecten te pakken, hij is bijvoorbeeld gek op bladluis. Maar ook een stevige sprinkhaan of krekel is beslist niet veilig voor hem, hij eet zeer gevarieerd.

Vergeleken met veel broedvogels in ons land, broedt de tuinfluiter vrij laat, grofweg tussen 20 mei en 15 juni. Goed verborgen in de struiken bouwen beide oudervogels samen een sterk komvormig nestje. De pop legt 4 of 5 eitjes die de vogels om beurten slechts 10 of 11 dagen bebroeden.
De jongen worden vaak en veel gevoerd en groeien dan ook zeer snel, al na een dag of 12 kunnen ze uitvliegen.

De ouders helpen ze dan nog een paar weken, ze moeten goed groeien en mooi vet worden om goed voorbereid aan de trek te kunnen beginnen. Afhankelijk van het weer en daarmee het voedselaanbod, trekken grote groepen vaak al in augustus weg naar het verre zuiden, ze overwinteren diep in Afrika, ver voorbij de Sahara.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.