allevogels


advertentieruimte

Pytilia hypogrammica

Roodmaskerastrilde of Roodkop Aurora astrilde - Pytilia hypogrammica - Yellow-winged Pytilia or Red-faced Pytilia

De Roodkop Aurora astrilde wordt tegenwoordig vaker roodmaskerastrilde genoemd, we gebruiken hier verder ook deze naam. Het is een van de leden van het geslacht Pytilia, waar ook de wienerastrilde, de gestreepte astrilde, de melba-astrilde en de aurora-astrilde in thuishoren. Er bestaat één ondersoort, de roodvleugel-roodmaskerastrilde (Pytilia hypogrammica lopezi). Door een aantal deskundigen wordt deze zelfs gezien als aparte soort (Pytilia lopezi).

De vogel komt voor in Centraal-Afrika, grofweg van Zaïre tot Sierra Leone. Hij leeft daar op vrij droge grasvlaktes en aan de randen van bossen en struikgewas. Roodmaskerastrildes zijn rond de 12 cm groot en het verschil tussen man en pop is heel duidelijk zichtbaar, alleen de mannetjes hebben het fraaie rode masker. De vleugels hebben een geelgroene waas, dit is ook meteen het verschil met de enige ondersoort.

In het wild leven deze vogels vaak in groepjes, ze verblijven veel op de grond waar ze ook hun voedsel vinden. Dat voedsel bestaat voor een groot deel uit graszaden en voor een ander deel uit insecten, vooral mieren en termieten. In gevangenschap wordt dan ook een goed uitgebalanceerd menu aangeraden, bestaande uit verschillende graszaden en gemiddeld een derde dierlijk voedsel. In de rustperiode kan het deel dierlijk voedsel teruggebracht worden tot een vijfde. Zodra er jongen zijn, wordt dan juist onbeperkt levend voer aanbieden aangeraden.

In de broedtijd worden de roodmaskers iets feller en verdedigen ze hun nest erg fel tegen indringers. Gewoonlijk hebben ze aan een meter rond het nest voldoende als territorium. Ze staan bekend als nogal slordige nestbouwers, ze gebruiken lange grassen en vaak donsveren van grote vogels.
Een legsel bestaat uit 5 eitjes die beide ouders in krap twee weken uitbroeden. Juist dan eten en voeren de ouders vooral dierlijk voedsel, dat wordt pas in de tweede week aangevuld met zaden.
De jongen vliegen uit als ze ruim 20 dagen oud zijn, de ouders voeren ze dan nog 10 tot 12 dagen voor ze zelf hun kostje bij elkaar moeten scharrelen. De jongen lijken op een wat mattere versie van de pop, de kleuren verschijnen pas echt na de jeugdrui.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.