allevogels


advertentieruimte

Asio otus

Ransuil - Asio otus - Long-eared Owl

De ransuil is een middelgrote uil van rond de 36 cm groot. De Engelse benaming Long-eared Owl is gebaseerd op het feit dat het net is of deze vogel lange oren heeft. Dit zijn in werkelijkheid slechts veerpluimen, de oren zijn ook bij deze vogel slechts gaatjes.
Vrouwtjes zijn forser en donkerder van kleur dan de mannetjes.
Al in 1758 beschreef de Linnaeus de ransuil, de nominaatvorm. Deze vogel heeft een zeer uitgestrekt leefgebied, het is bijna een kosmopoliet. Hij komt voor in Noord-Amerika, in Europa, in Azië en zelfs op de Azoren.

Pas veel later werden ook ondersoorten beschreven. In 1830 beschreef Lesson de Asio otus wilsonianus, deze leeft in Centraal en in Zuid-Amerika.
In 1901 werd door Madarasz de ondersoort Asio otus canariensis beschreven, de soort met het kleinste verspreidingsgebied, deze ondersoort komt alleen voor op verschillende Canarische eilanden.
De ondersoort Asio otus tuftsi (beschreven in 1948 door Godfrey) leeft in Noord-Amerika en Canada.

Ransuilen zijn sociale vogels, ze leven vaak dicht op elkaar, buiten de broedtijd zelfs in grote groepen. Overdag zitten ze het liefst in naaldbomen, 's avonds en 's nachts gaan ze op jacht. Bossen met voldoende open gebieden, bosranden en tegenwoordig ook vaak dichtbeplante tuinen of boomgaarden vormen hun leefgebied. In de winter trekken de diverse populaties een paar honderd kilometer zuidwaarts, zodat we in de lente en zomer andere exemplaren zien dan in de winter.

Deze uilen broeden vroeg in het voorjaar, als de lente nog niet in volle gang is. Ze jagen op muizen en kleine vogels en in die tijd van het jaar zijn er veel verzwakte prooidieren en de beplanting is nog niet te dicht om die te vinden. Ransuilen broeden in nesten van takken, meestal kraken ze die van kraaien, kauwen en roofvogels.
Een legsel bestaat gemiddeld uit 5 eieren die in 4 weken door het vrouwtje uitgebroed worden. De man brengt haar dan voedsel. Zodra de jongen uitgekomen zijn, begint de echt drukke tijd. Beide ouders voeren de jongen zeer vaak en veel, soms zelfs meer dan dekuikens op kunnen, zodat er diverse kadavertjes van prooidieren onder de nestboom eindigen.

De jonge ransuiltjes klimmen uit het nest nog voordat ze kunnen vliegen, ze verschuilen zich dan tussen de bladeren en verspreiden zich over de nestboom. Dit om minder op te vallen en de kans op uitval door predatoren te verkleinen. Na ruim een week oefenen, vliegen ze al kleine stukjes en binnen een maand zijn het volleerde vliegers die net zo geruisloos kunnen vliegen als de ouders.
Al die tijd worden ze nog door de ouders gevoerd, die leren ze ook jagen tot ze zelf voldoende prooien kunnen vangen. Ransuilen jagen op zicht, door zigzaggend laag over open gebied te vliegen, spotten ze hun prooi. Ze laten zich er overheen vallen waarna ze de prooi met de sterke klauwen vastgrijpen. Met een enkele beet bijten ze kop van de prooidieren stuk, daarna slikken ze de prooi in zijn geheel in. Onverteerbare delen worden als braakbal weer uitgescheiden.

Ransuilen kunnen in het wild meer dan 20 jaar oud worden.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.