allevogels


advertentieruimte

Bombycilla garrulus

Pestvogel - Bombycilla garrulus - Bohemian Waxwing

De pestvogel is al in 1758 door Linnaeus beschreven, al deelde hij de vogel nog in in het geslacht Lanius in de familie Laniidae (klauwieren). In 1831 is de vogel verhuisd naar het geslacht Bombycilla (pestvogels) in de familie Bombycillidae. Deze naam is een Latijnse samenstelling die duidt op de "zijdeachtige staart". De Engelse naam Bohemian is afgeleid van de term voor zigeuners, vanwege het vermogen zich over grote afstanden te verplaatsen.

De familie Bombycillidae telt slechts één geslacht, dat der pestvogels.
Tegenwoordig worden er van de Bombycilla garrulus 3 ondersoorten erkend, te weten:

  • Bombycilla garrulus garrulus (Linnaeus, 1758)
  • Bombycilla garrulus pallidiceps (Reichenow, 1908)
  • Bombycilla garrulus centralasiae (Poliakov, 1915)
Pestvogels zijn rond de 20 cm groot en hebben ondanks de felgele vleugeltips een verbazend goede schutkleur. Ze vallen vooral op omdat ze eigenlijk altijd in grote groepen leven. Ze leven het grootste deel van het jaar in het uiterste noorden van Rusland en alleen als het daar echt heel koud wordt, trekken ze wat naar het zuidwesten. Zo zijn ze ook regelmatig in Nederland te zien.

Mannetjes zijn bijna altijd wat feller van kleur en de kuif is wat langer. Bij jonge vogels ontbreken de witte stippen in de vleugelbocht nog, deze verschijnen pas als de vogels een jaar oud zijn.
In de zomer leven deze vogels in dichte naaldbossen, ze eten zaden, noten en insecten, in de winter schakelen ze over op bessen. Juist voor die bessen trekken ze dan ook naar wat warmere streken, diepgevroren bessen zijn zelfs pestvogels wat te gortig. In tuinen en parken komen ze vaak massaal op de bessen af, de hele struik staat dan even te schudden en binnen een paar tellen is een hele bessenstruik leeg gegeten.

Al vroeg in het jaar vormen zich koppels, die dan constant in elkaars buurt blijven. Pas in de herfst, als er veel bessen rijp worden, begint het broedseizoen. De vogels geven elkaar dan besjes aan en als deze geaccepteerd worden, volgen er diverse paringen. Dan bouwen de vogels samen een nest, ook altijd in een naaldboom. Tenminste, beide vogels slepen het materiaal aan, het is vooral de pop die bouwt. Ze gebruikt eerst takken, dan gras en mossen en als bekleding vaak korstmossen en dennennaalden.
In een gebied met veel voedselstruiken broeden meerdere paren vlakbij elkaar, pestvogels houden er geen territorium op na.

Een legsel kan wel 6 eieren bevatten die de pop zelf in 15 of 16 dagen uitbroedt. De man helpt wel voeren zodra de jongen geboren zijn. De jongen vliegen uit als ze ruim 2 weken oud zijn en worden gevoerd tot ze een maand zijn.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.