allevogels


advertentieruimte

Rhyticeros Plicatus

Papoea Jaarvogel - Rhyticeros plicatus - Blyth's Hornbill

De Papoea jaarvogel is heel lang, en door sommige instituten nog altijd, Aceros plicatus genoemd. In 1990 echter is deze middelgrote jaarvogel door de meest vooraanstaande deskundigen verhuisd naar het geslacht Rhyticeros. DNA-onderzoek toonde aan dat de vogel daar thuishoort. Dit geslacht bevat 5 soorten, allemaal overwegend zwart en opvallend, een minder hoge snavel.
De soort zelf heet officieel nu Blyth's jaarvogel, maar onder die naam kent bijna niemand de vogel. Wij houden het dan ook nog op Papoea jaarvogel. Inmiddels is deze soort ook weer opgesplitst in meerdere ondersoorten, tegenwoordig worden de volgende erkend:

  • Rhyticeros plicatus dampieri
  • Rhyticeros plicatus harterti
  • Rhyticeros plicatus jungei
  • Rhyticeros plicatus mendanae
  • Rhyticeros plicatus plicatus
  • Rhyticeros plicatus ruficollis
Bij Papoea jaarvogels zijn de mannetjes een stuk forser dan de vrouwtjes, mannen zijn rond de 85 cm groot, vrouwtjes wel 10 cm kleiner. Ook aan de kleur van de veren in de nek is het verschil tussen man en pop goed te zien, die bij vrouwtjes zijn daar zwart, bij mannetjes zijn ze bruin tot roodbruin. Beide geslachten hebben een flexibele keelzak die ze kunnen opblazen, deze dient als klankkast.

Het leefgebied is groot, het strekt zich uit van Indonesië tot aan de Molukse eilanden. De vogels bewonen laaggelegen dichte wouden en komen zelden in open gebied. Ze leven in koppels en heel soms in kleine groepen en omdat het vaak om zeer dichte wouden gaat, houden de vogels contact met elkaar door heel harde geluiden te maken. De keelzak is daar dus bijzonder nuttig voor, deze versterkt het geluid zodat het zeer ver draagt.

Het dieet van deze fraaie jaarvogels bestaat voor het grootste deel uit vruchtvlees, speciaal dat van diverse soorten vijgen. Aanvullend eten ze kleine reptielen, insecten en zoetwaterkrabben en -garnalen.

Ook Papoea jaarvogels broeden in een praktisch dichtgemetseld hol. De pop legt haar eieren, altijd twee, waarna ze samen de invliegopening dichtmaken met opgebraakt halfverteerd voedsel en houtpulp. Ze maken de opening dicht op een kleine spleet na, precies genoeg ruimte overlatend voor de snavelpunt van de man. De man voert de pop gedurende de hele incubatieperiode, die duurt zo'n 4 weken, maar daarna ook de jongen, ruim twee manden lang tot die kunnen uitvliegen. Pas dan maken man en pop samen de opening weer groot genoeg. De pop is dan ernstig aan een bad toe en als ze weer opgedroogd is, vliegt ze eerst een aantal rondjes en kan ze aan haar conditie gaan werken. Een broedend koppel kan in de drie maanden broedtijd wel 25 tot 30% van het lichaamsgewicht verliezen, zowel man als pop.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.