allevogels


advertentieruimte

Probosciger aterrimus Palm Cockatoo

Palmkaketoe - Probosciger aterrimus - Palm Cockatoo

De palmkaketoe is door zijn kleur, grote kuif en rode wangen een opvallende verschijning binnen de papegaaienwereld. Speciaal door de wangen heeft hij iets weg van een ara, vandaar dat een van de vele namen die deze soort heeft, arakaketoe is. Dat de vogel heel apart is en tot de verbeelding spreekt, blijkt ook wel uit het aantal namen dat gebruikt wordt, alleen al in het Engels wordt hij o.a. Goliath Cockatoo, Cape York Cockatoo, Great Palm Cockatoo, Black Macaw en Great Black Cockatoo genoemd.
De Duitse onderzoeker en natuurkundige Gmelin beschreef de vogel al in 1788 en gaf de vogel het toevoegsel aterrimus in de naam. Dit is een Latijnse term voor "zwart, maar dan zwarter".

Inmiddels zijn er verschillende ondersoorten beschreven, waarvan of het formaat, of de kuif wat afwijkt van de nominaatvorm aterrimus aterrimus (die 60 cm groot is).
Probosciger aterrimus goliath is rond de 70 cm groot en Probosciger aterrimus stenolophus heeft beduidend smallere kuifveren.

Palmkaketoes leven op diverse (schier)eilanden tussen Indonesië en Australië. Ze trekken in kleine groepen door tropische regenwouden en andere beboste gebieden. Ze leven voornamelijk tussen het dichte bladerdak van het woud, waar ze ook hun voedsel vinden. Dat voedsel bestaat uit heel veel soorten vruchten, palmnoten, zaden en knoppen en insectenlarven. Vruchten van de pandanusboom zijn veruit favoriet. Deze extreem grote rode vruchten bevatten veel verschillende voedingsstoffen en natuurlijke antioxidanten en worden ook door de lokale bevolking zeer gewaardeerd.

In de broedtijd scheiden de koppels zich af van hun leefgroep en met veel verschillende geluiden en bewegingen wordt de paarband opgehaald en/of versterkt. De man gebruikt soms een wel heel vreemde manier, hij trommelt met een takje op een boomstam om de pop te interesseren. Na prachtige baltsen en diverse paringen maakt een koppel een natuurlijke holte in een boom geschikt als nestplaats. Met hun geweldig grote snavel schrapen ze een gekozen holte precies op de gewenste maat, waarbij het afgeschraapte hout een mooie laag bodembedekking vormt.

Een legsel bestaat uit slecht een enkel fors wit ei. Beide oudervogels bebroeden het om beurten tot er na ruim een maand een jong uit kruipt. Het jong is dan helemaal kaal en net 6 cm groot. De oogjes gaan open als het jong 11 of 12 dagen oud is. Jonge palmkaketoes groeien erg traag, ze vliegen pas uit als ze zo'n 4 maanden zijn. Dan nog worden ze gevoerd door de ouders en dit gaat soms wel door tot ze een half jaar oud zijn.
Een jong blijft nog zeker een jaar herkenbaar aan kleine gele omzoming van de buikveren en aan een witte snavelpunt. Ook is de kuif pas volgroeid als de vogel anderhalf jaar oud is.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.