allevogels


advertentieruimte

Poicephalus meyeri

Meyerpapegaai - Poicephalus meyeri - Meyer's Parrot

De meyerpapegaai is voor het eerst wetenschappelijk beschreven door de Duitser Philipp Jakob Cretzschmar, in 1827. Hij gaf de vogel de naam meyeri als eerbetoon aan de Duitse ornitholoog Dr. Bernhard Meyer. Pas vanaf 1898 werden ook de ondersoorten beschreven.
Meyerpapegaaien komen voor in verschillende Afrikaanse landen, grofweg vooral ten zuiden van Oeganda. Ze hebben een enorm groot verspreidingsgebied, waarschijnlijk daarom zijn er van de meyerpapegaai nu 6 ondersoorten beschreven, dat zijn:

  • Poicephalus meyeri damarensis
  • Poicephalus meyeri meyeri als nominaatvorm
  • Poicephalus meyeri matschiei
  • Poicephalus meyeri reichenowi
  • Poicephalus meyeri saturatus
  • Poicephalus meyeri transvaalensis
De meyerpapegaai en zijn ondersoorten worden in het Engels ook nog wel wat oneerbiedig Brown Parrot genoemd.

Het leefgebied is groot en ook zeer gevarieerd, meyerpapegaaien komen voor in zeer vochtige wouden maar ook op gortdroge grasvlaktes, langs rivieren en meren en op rotsachtige bergwanden.
Ze zijn rond de 22 groot en hebben een vrij kort en gedrongen lichaam. Er is geen uiterlijk verschil zichtbaar tussen man en pop al zijn popjes wel vaak net wat fijner gebouwd.

Het voedsel bestaat uit een grote verscheidenheid aan boomzaden, vruchten, noten en bessen. Bij een groot voedselaanbod worden de meyers vaak in flinke groepen gezien, bij schaarste zoeken de vogels solitair of per koppel hun dagelijks kostje bij elkaar.
Ook hier weer mag hopelijk duidelijk zijn dat meyerpapegaaien in gevangschap beslist niet alleen op zaad gehouden moeten worden.

In de broedtijd zonderen koppels zich af en zoeken een geschikte nestholte, bijna altijd in een boom. Hoewel meyerpapegaaien bijzonder sterke snavels hebben waarmee ze gemakkelijk een hol kunnen knagen, gebruiken ze graag oude nesten van spechtensoorten en een geschikte holte wordt meerdere jaren achtereen gebruikt.
De pop legt 3 of 4 witte eieren en broedt deze zelf uit in rond de 4 weken, de incubatietijd is afhankelijk van de luchtvochtigheid en de temperatuur. Beide ouders voeren de jongen met opgebraakt voorverteerd voedsel. De jonge papegaaien vliegen uit als ze ruim 11 weken oud zijn en worden dan nog eens 2 tot 3 weken door de ouders gevoerd.

Meyerpapegaaien hebben een heel sterke snavel, ze knagen veel en graag. De huisvesting dient her dus beslist tegen bestand te zijn. Harde takken, bijvoorbeeld van fruitbomen, en wilgenhout vinden ze erg leuk om te slopen en voorkomen verveling, ook af en toe een walnoot in de dop zullen ze zeker waarderen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.