allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Pytilla melba

Melba astrilde - Pytilla melba - Green-winged Pytilia

De melba astrilde is een van de mooiste Afrikaanse prachtvinken, vooral het mannetje is zeer fijn getekend en fel van kleur. Ook de melba is voor het eerst gedocumenteerd in het werk Systema natura van Linneaus. Tegenwoordig worden er maar liefst 10 ondersoorten erkend:

  • Pytilia melba melba
  • Pytilia melba thamnophila
  • Pytilia melba citerior
  • Pytilia melba soudanensis
  • Pytilia melba flavicaudata
  • Pytilia melba belli
  • Pytilia melba percivali
  • Pytilia melba jessei
  • Pytilia melba grotei
  • Pytilia melba hygrophila
Dat er zoveel ondersoorten zijn, komt vooral door het enorm grote verspreidingsgebied van de soort, de melba astrilde is verspreid over zo'n beetje alle Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara. Dan hebben we het over een gebied van ruim 6 miljoen (!) vierkante kilometer.
De deskundigen vermoeden dat de melba astrilde van oudsher voorkwam in Azië en heel lang geleden verhuisd is naar Afrika.

Man en pop zijn eenvoudig uit elkaar te houden, de pop heeft een grijze hals en kop waar de man een groengele borst en een vuurrood masker heeft.
Melba astrildes leven in de onderbegroeiing, vaak in doornstruiken. Overal waar water is, grote meren of hele kleine stroompjes, komen deze fraaie ukkies voor. Ze komen vaak op de grond en lijken niet echt van lange stukken vliegen te houden, ze hippen en springen meer om zich te verplaatsen.

Het voedsel bestaat uit verschillende graszaden en termieten. In gevangenschap is een fijn tropenmengsel aangevuld met graszaden een goede basis. Als vervanger van de termieten kunnen meel- en buffalowormen gegeven worden, evenals kleine krekels, spinnetjes en wasmotten.
De vogels blijven vrij lang schuw, beschutting in de vorm van (kunst)beplanting in kooi of volière wordt graag gebruikt.

In het wild is er geen specifieke broedtijd, de vogels kunnen afhankelijk van regen (=vers gras en insecten, dus voedsel), het hele jaar door broeden. Elk koppel maakt van gras een bolvormig nestje waarbij opvalt dat ze de grashalmen alleen gebruiken met de zachte uiteinden naar binnen gericht. Van binnen wordt het nestje bekleed met veertjes en dierenharen.

Een legsel bevat gemiddeld 5 eitjes, die de vogels om beurten bebroeden. De jongen kruipen dan 13 dagen later uit de eitjes. Beide ouders voeren met vooral dierlijk voedsel en de jongen vliegen uit als ze krap 3 weken oud zijn.
In het wild worden nestjes van melba astrildes soms gebruikt door de parasitaire smalstaart paradijswida (Vidua paradisaea).

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.