allevogels


advertentieruimte

Platalea leucorodia

Lepelaar - Platalea leucorodia - Spoonbill

De lepelaar is een opvallende verschijning die ook in Nederland regelmatig gezien wordt. Zijn leefgebied omvat Centraal-Europa met Nederland als meest noordelijke punt. In Zuid-Frankrijk en Spanje leven grote populaties van deze echte kolonievogel. Bijna altijd bewonen grote groepen lepelaars kustgebieden waar ze beurtelings in zoet, brak en zout water kunnen foerageren. Heel af en toe broeden ze meer landinwaarts, zo broeden elk jaar enkele tientallen koppels iets ten oosten van Haarlem aan de rand van een grote plas. Op Texel werden in 2010 150 broedparen geteld.

De lepelaars die in het noorden leven, overwinteren soms in Zuid-Europa maar de meeste dieren trekken door naar Afrika om te overwinteren.

Een lepelaar zit wat grootte betreft tussen de blauwe reiger en de ooievaar in, meestal meten de mannetjes rond de 110 cm en de vrouwtjes 95 cm. In de broedtijd verandert het geheel witte verenkleed iets, de vogels krijgen dan een rode vlek onder de snavel en de hals en nek kleuren beige.

De naam danken lepelaars aan de snavelvorm, met wat fantasie is hier prima een lepel in te zien. Die snavel is een uiterst complex apparaat waar ze hun voedsel mee vinden en vangen. In de snavel zit een soort membraam dat zeer gevoelig is voor trillingen, het werkt als een soort sonar. Door de snavel horizontaal door ondiep water te bewegen, sporen lepelaars hun belangrijkste prooi op, stekelbaarsjes.
Daarnaast eten ze andere kleine vissen, garnalen en kreeftjes, waterinsecten en hun larven.

Ook broeden doen lepelaars in een groep, meestal hoog in bomen, maar op eilanden ook vaak op de grond omdat daar geen vossen zijn. Van takken, riet en gras wordt een fors en stevig nest gebouwd. Na uitvoerige baltsrituelen en diverse paringen legt de lepelaarvrouw gemiddeld 4 eieren. Na 26 dagen kruipen de jongen uit het ei en dan begint een zeer drukke tijd voor de ouders. De jongen worden de eerste twee weken alleen met heel fijn voedsel gevoerd, zodat de ouders zeer vaak voer moeten verzamelen en aandragen. Geleidelijk wordt overgeschakeld op grover voedsel en na 4 weken eten de jongen al hele vissen.
Met 6 weken klimmen de jonge vogels uit het nest, ze blijven dan nog een week op de takken zitten om hun vleugels oefenen voor ze daadwerkelijk uitvliegen. Jonge vogels zijn te herkennen aan zwarte vleugelpunten en aan de vleeskleurige snavel.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.