allevogels


advertentieruimte

Gallicolumba rufigula

Goudborstgrondduif - Gallicolumba rufigula - Cinnamon Ground-Dove

De goudborstgrondduif wordt ook wel geelhartpatrijsduif genoemd, de Franse Zoöloog en ornitholoog Jacques Pucheran beschreef deze soort al in 1853. In 1866 werd de ondersoort helviventris ontdekt en pas in 1941 werden er nog 3 beschreven. De complete lijst omvat nu:

  • Gallicolumba rufigula alaris
  • Gallicolumba rufigula helviventris
  • Gallicolumba rufigula orientalis
  • Gallicolumba rufigula rufigula
  • Gallicolumba rufigula septentrionalis
De naam Gallicolumba is opgebouwd uit de Latijnse woorden gallus (kip) en columba betekent duif. Kipduif dus of ook wel patrijsduif. Dit omdat ze net als kippen en patrijzen vooral op de grond leven, waar andere duivensoorten dat veel minder doen. Deze duif is rond de 23 cm groot.

De verschillende ondersoorten leven in West Papoea, Indonesië en Papoea Nieuw Guinea, verspreid over diverse provincies. De uiterlijke verschillen zijn vaak zeer subtiel en voor niet-kenners nauwlijks waarneembaar. Het leefgebied en dan met name het voedsel dat daar voorhanden is, heeft in de loop der eeuwen groepen zich doen aanpassen. Kenmerkend voor de soort is wel dat deze altijd in de buurt van water blijft. Vochtig tropisch woud is dan ook het favoriete leefgebied. Ook komen deze duiven voor in mangrovebossen en op vochtige laaglanden met veel grassen en andere lage begroeiïng.

Het menu is behoorlijk gevarieerd, ze eten zaden, vooral die van een paar ficussoorten, diverse soorten fruit en insecten. In verhouding met andere grondduiven eten ze vrij veel dierlijk voedsel, vaak bijna de helft van het dagelijks menu.

Grondduiven broeden vaak op de grond, soms in dichte struiken, maar dan niet hoger dan een meter van de bosbodem. De doffer zoekt een geschikte plek en lokt dan de duivin, die de plek moet goedkeuren. Als dat gebeurt, bouwen beide vogels een komvormig nest in de vorm van een platte schaal. Er wordt per legsel meestal maar 1 enkel ei gelegd,dat beide ouders om beurten bebroeden. Het jong kruipt uit het ei na 12 of dagen en wordt dan met vooral dierlijk voedsel grootgebracht, ook weer door beide ouders. Als het jong krap twee weken oud is, vliegt het uit.

Bij gunstige omstandigheden, dat is vooral bij voldoende voedselaanbod, kunnen goudborstgronduiven wel 3 legsels per jaar grootbrengen. Ze zijn ondanks verlies van habitat, door houtkap vooral, dan ook gelukkig niet bedreigd in hun voortbestaan.
Ook in gevangenschap wordt door gespecialiseerde liefhebbers regelmatig gekweekt met deze fraai soort.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.