allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Emberiza citrinella

Geelgors - Emberiza citrinella - Yellowhammer

De geelgors is een van de 175 leden van de familie Emberizidae (gorzen). Deze grote vogelgroep bestaat uit maar liefst 29 geslachten waaronder het geslacht Emberiza, waarvan in West-europa de rietgors en de geelgors de meest bekende zijn.

Van de geelgors worden 3 ondersoorten erkend:

  • De nominaatvorm Emberiza citrinella citrinella, die voorkomt in Zuidoost-Engeland, Noord- en West-Europa tot in Rusland en in het noorden van Afrika.
  • De ondersoort Emberiza citrinella caliginosa, die alleen voorkomt in Ierland, Scotland, Wales en het noorden en westen van Engeland.
  • En de ondersoort Emberiza citrinella erythrogenys, deze leeft in Oost-Europa tot aan Siberië en zuidelijk tot in het Middenoosten.

    Een groot deel van de populaties overlappen elkaar, dus tussenvormen komen ook voor.
    Overigens is de term nominaatvorm niet bedoeld om een soort "stamvader" aan te wijzen, maar slaat het simpelweg op de eerst wetenschappelijk beschreven exemplaren van een soort. Later gevonden afwijkende vogels worden dan ondersoort genoemd maar dat had dus ook andersom kunnen zijn.
    In Nieuw Zeeland is de geelgors caliginosa eind 19e eeuw uitgezet en inmiddels al zo gewoon dat men ze daar beschouwt als inheemse soort.

    Geelgors-mannetjes zijn fel geel met bruin op de rug en in de vleugels, de poppen zijn veel minder fel gekleurd en meer gestreept.
    Deze vogels houden zich vaak op in de randen van bossen, maar komen vooral vaak op open terreinen voor. Ze hebben zich uitstekend aangepast aan de veranderende leefomgeving door de landbouw. Ze eten zaden en granen en kleine insecten en speciaal in die eerste twee voorziet de mens ze vaak onbedoeld royaal.

    Buiten de broedtijd leven deze gorzen vaak in grote groepen, in de broedtijd bezetten mannetjes een klein territorium. Ze proberen door zo mooi mogelijk te zingen en te pronken meerdere popjes te verleiden.
    Bevruchte popjes bouwen zelf een nestje van bladeren, grassen en mos, soms op de grond, soms laag in het struikgewas. Een legsel bestaat meestal uit 4, soms 5 eitjes die de pop ook alleen uitbroedt. Na 14 dagen broeden kruipen de jongen uit het ei.
    De mannetjes, die zich met het broeden dus niet bemoeid hebben, helpen dan wel prima met voeren, soms voeren ze zelfs jongen in 3 nesten tegelijk. De jongen vliegen uit als ze nog net geen twee weken oud zijn.
    In jaren met een groot voedselaanbod brengen geelgorzen soms wel 3 nestjes groot.

    Terug naar boven


  • Copyright Allevogels.nl
    Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.