allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

 Calidris alba

Drieteenstrandloper - Calidris alba - Sanderling

De drieteenstrandloper is een vrij kleine strandloper, hij is rond de 21 cm groot. De soort is al in 1764 voor het eerst beschreven door Pallas. De Nederlandse naam dankt de vogel aan het feit dat hij geen achterteen heeft, hij heeft alleen drie voortenen.
In de zomer leeft deze vogel in het hoge noorden, in Rusland en Scandinavië op de uitgestrekte grasvlaktes, op zandstranden langs de kust en bij meren, 's winters trekt hij naar West-Europa waar de stranden normaliter niet bevroren zijn.
In Nederland worden ze op de wadden en in Zeeland het meest gezien.

Ook het uiterlijk verandert als de vogels op trek gaan. In de zomer zijn vleugels en rugdek roestbruin, in de winter verandert dit naar grijs. Het bruine is een prima schutkleur in hun broedgebieden.

Deze strandloper is gemakkelijk te herkennen aan zijn foerageergedrag. Het is zo'n beetje de meest beweeglijke kustvogel, hij rent bijna constant op en neer en volgt daarbij de golfslag waar die het strand raakt. Alle kleine diertjes die losgespoeld zijn door het water pikt hij op. Hij prikt ook zijn snavel in het zand waar hij wegkruipende prooien vermoedt. Kleine kreeftjes, garnalen, schelpdiertjes en wormen vormen het grootste deel van zijn menu. In de zomer, in zijn broedgebied, eet hij ook grassen, zaden en insecten.

In het broedseizoen leven deze vogels dus op en rond ruige grasvlaktes, daar voert de man, er is overigens voor de mens geen verschil zichtbaar, indrukwekkende baltsvluchten uit om een vrouwtje te verleiden. Hoog opvliegen met luid gefladder, snelle zweefvluchten naar beneden, luide fluittonen, alles wordt uit de kast gehaald. Als een vrouwtje reageert, volgt het mannetje haar met z'n kop neerwaarts gericht en de staartveren gespreid.

Drieteenstrandlopers broeden op de grond, in een kuiltje. De pop maakt er nog een beetje echt nest van met kort gras en kiezelsteentjes. Er worden meestal 4 lichtgroene eieren gelegd en man en pop broeden ze uit. De incubatietijd varieert nogal, afhankelijk de temperatuur. Bij zacht weer is die 23 dagen, als het nog erg koud is, kan het wel 30 dagen duren voor de jongen uitkomen. Beide ouders voeren de jongen vaak en veel en ze groeien dan ook razendsnel. Al na 17 dagen vliegen de jongen uit.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.