allevogels


advertentieruimte

Lonchura nigriceps

Bruinrugekstertje - Lonchura nigriceps - Brown-backed mannikin

Het bruinrugekstertje werd tot voor kort gezien als een ondersoort van het glansekstertje, Lonchura bicolor. De wetenschappelijke naam was dan ook Lonchura bicolor nigriceps maar tegenwoordig erkennen de meeste deskundigen het als een aparte soort.
In het Engels is dit fraaie ekstertje lange tijd Brown-backed munia genoemd, maar de meeste kenners hebben het nu over mannakin. Wist u trouwens dat deze naam afgeleid is van het Nederlandse woord manneke? Onder de naam Munia vallen nu vooral de diverse soorten nonnen.
Om aan te geven hoe landen met vogelnamen omgaan hier een kleine opsomming van de Engelse namen die dit vogeltje allemaal toebedeeld zijn (geweest):

  • Blue-billed mannikin
  • Chestnut-backed mannikin
  • Red-backed mannikin
  • Brown-backed Mannikin
  • en dat ook allemaal met munia
U ziet, niet alleen in Nederland is het soms een ratjetoe.

Bruinrugekstertjes hebben een zeer groot verspreidingsgebied in Centraal-Afrika, ze leven verspreid over diverse landen. Ze komen aan de westkust voor van Guinnee Biseau tot Angola en dan helemaal landinwaarts tot zelfs aan de oostkust, het deel tussen Somalië en Tanzania. Ze zoeken meestal de vochtige streken op en bewonen savannes met wat begroeiing, open vlaktes tussen berghellingen maar ook tropische bossen. Ze voeden zich met zaden, voornamelijk graszaden, insecten en insectenlarven. Ook eten ze toppen van zachtbladige planten.

Er is geen uiterlijk verschil zichtbaar tussen man en pop, alleen aan het gedrag is verschil te zien, de mannen dansen en "zingen" tijdens het baltsen. Het zingen is echter nauwelijks hoorbaar voor de mens, de staart zwaait wat heen en weer en de keel- en kopveertjes worden trillend opgezet. Een wel opvallend teken dat een mannetje is, is als de vogel hierbij zijn snavel opent en de tong herhaaldelijk uitsteekt, dit doen alleen de mannetjes.

In de broedtijd kunnen de vogels erg fel worden, soortgenoten worden dan verjaagd en soms zelfs verwond. Man en pop bouwen van fijne plantenvezels een kunstig rond nestje, vaak in een dichte struik of tussen bamboestengels. De binnenkant van het nest wordt bekleed met veertjes, opvallend vaak gebruiken de vogels hiervoor witte veertjes.
Na diverse dagen van baltsen en paringen begint de pop te leggen, ze legt meestal 5 of 6 eitjes per legsel. Al na 13 broeden komen de eieren uit en de jongen zijn dan praktisch kaal. Beide ouders voeren de jongen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.