allevogels


advertentieruimte

Lichenostomus fuscus

Brilhoningeter - Lichenostomus fuscus - Fuscous Honeyeater

De brilhoningeter is een van de 184 soorten honingeters (Meliphagidae) die in en rond Australië leven. Al deze soorten zijn niet verwant aan de vogelsoorten die we honingzuigers noemen en die in Zuid-Amerika leven. De familie waar de brilhoningeter toe behoort leeft in en rond Australië, onze soort specifiek in het zuidoosten.
Ook hier weer hebben de naamgevers, ook de Engelsen, in feite een vergissing gemaakt, deze vogels eten namelijk geen honing maar nectar. Honing wordt gemaakt door bijen en zit niet in bloemen, er zijn slechts enkele vogelsoorten die bijen kunnen trotseren en echt honing eten. Deze honingeters eten echter wel het voorproduct, dat eten ze vanaf de insecten die ze vangen.

De brilhoningeter is voor het eerst beschreven in 1837, door John Gould, het is een eenvoudige gekleurde, vrij kleine vogel, hij is rond de 16 cm groot en weegt nog geen 20 gram. Er is geen uiterlijk verschil zichtbaar tussen man en pop, vaak is het mannetje wel ietsje groter. De oogring en het gele streepje in de hals worden in het broedseizoen een stuk minder fel van kleur, zodat de vogels dan het minst opvallen.
Naast de nominaatvorm Lichenostomus fuscus fuscus is er nog één ondersoort; de Lichenostomus fuscus subgermanus.

Brilhoningeters leven in tropische en subtropische vrij droge bossen langs gebergtes en de kust. Dichte Eucalyptusbossen met veel struikgewas en stukken met gras vormen het favoriete leefgebied. Daar jagen ze voornamelijk op insecten. Ook eten ze de afscheidingsproducten van diverse soorten larven en bladluizen, ook dit lijkt al iets op de honing waar de vogels hun naam aan danken. Tot slot eten ze ook de nectar rechtstreeks uit bloemen.
Het foerageren buiten het broedseizoen gebeurt vaak in grote groepen, ook samen met andere vogelsoorten, niet alleen met honingeters maar ook met lories.

In de broedtijd zonderen koppels zich meestal af, maar sommige vogels bouwen hun nestje juist dicht bij elkaar, dat wisselt per populatie. De pop bouwt het nest, van zeer fijn materiaal als dunne grassen, dierenharen en zelfs spinnenwebdraden maakt ze een mooi rond bolletje hoog in een boom of struik. De pop broedt ook zelf de eitjes uit. De man helpt wel mee met voeren zodra er jongen zijn.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.