allevogels


advertentieruimte

Branta leucopsis

Brandgans - Branta leucopsis - Barnacle goose

De brandgans is een sterke en forse gans, hij wordt ruim 55 cm groot. Hij behoort tot het geslacht Branta, dat ganzen omvat met veel zwarte veren. De andere grote groep wordt gevormd door de Ansers, die vooral grijs zijn.
Ondanks dat hij wat verwantschap erg dicht bij de rotgans lijkt te zitten, is uit onderzoek gebleken dat de brandgans een meer oostelijke groep is van afstammelingen van de Canadese gans. Hij is hiervan te onderscheiden door de witte band op de kop die ook boven de snavel over het voorhoofd doorloopt. De toevoeging in de wetenschappelijke naam leucopsis is gegeven door Bechstein in 1803 en is samengesteld uit het Grieks en betekent witgezicht.

Zijn leefgebied strekt zich uit van Noord-Amerika, boven Europa langs tot aan Rusland. Van oorsprong is het een trekvogel die de zomer gebruikt om te broeden in het poolgebied en in de winter wat zuidelijker vertoeft, o.a. in Nederland. Maar de laatste jaren zien we steeds vaker ook brandganzen die de zomers hier doorbrengen. Het zijn deels wilde vogels en deels ontsnapte dieren uit parken en tuinen. Ze leven vaak in groepen samen met Canadese ganzen en kruisen hier ook mee soms.

De brandgans is een echte planteneter met gras als favoriet. Daarnaast eten deze ganzen ook veel zaden, mossen en waterplanten. Deze vogels zijn als geen ander in staat alleen de juiste voedingsstoffen op te nemen uit hun voedsel, een groot deel wordt ongebruikt weer uitgescheiden.

Broeden doen deze ganzen in het vroege voorjaar in echte poolgebieden, op Groenland, in Finland en rond Nova Zembla. Ze maken daarbij gebruik van het feit dat de dagen erg lang zijn, waarbij bijna continue voldoende licht aanwezig is om rovers te zien aankomen. Volwassen ganzen verdedigen hun nest fel tegen bv vossen.
In grote kolonies maakt elk koppel een nest op een liefst lastig over de grond bereikbare plaats, vaak op randen van rotsen en kliffen. Elk vrouwtje legt flink wat eieren, vaak wel 6 of 7. De jongen komen uit na ruim 3 weken broeden en moeten dan al meteen flink aan de bak. De oudervogels brengen ze namelijk geen voedsel, ze leiden ze naar plekken waar ze zelf voedsel moeten gaan eten. Dat betekent maar al te vaak een moeizame start, veel jongen vallen dood bij de sprong uit het hooggelegen nest. De tocht naar lager gelegen graslanden is ook al niet zonder gevaar, veel roofdieren zien dan hun kans schoon.
Hiermee is meteen het nut van het forse aantal eieren per legsel verklaard, niet elk ei wordt een volwassen vogel.

Zowel de jonge als volwassen vogels eten zich de hele zomer zoveel mogelijk tonnetje rond, want al in september moeten alle dieren sterk genoeg zijn voor de trek naar het zuiden. Er vormen zich dan grote groepen die gezamenlijk aan de grote tocht beginnen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.