allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Neochmia ruficauda

Binsenastrilde - Neochmia ruficauda clarescens - Starfinch

De binsenastrilde behoort tot de populaire Australische prachtvinken en wordt veel gehouden en gekweekt. Het is alleen niet de nominaatvorm Neochmia ruficauda ruficauda die hier zo bekend is, maar de ondersoort Neochmia ruficauda clarescens.
De nominaatvorm is een stuk minder fel gekleurd en de buik is veel bleker, tegen wit aan. Ook in het wild komt de ondersoort veel meer voor, de nominaatvorm is in veel gebieden zelfs helemaal verdwenen. De oorzaak hiervan is niet bekend. Er is een ondersoort die het meest noordelijker leeft, de Neochmia ruficauda subclarescens. Dit is de meest felgekleurde, maar ook deze is een stuk zeldzamer. De mannetjes hebben een groter en feller gekleurd masker dan de poppen.

Binsenastrildes horen bij de familie van de prachtvinken (Estrildidae). Ze komen in het wild voor in Noord- en Noordoost-Australië. Ze leven daar in gebieden met grote grasvlaktes en in en rond eucalyptusbossen. Het zijn echte groepsvogels, ze foerageren en drinken vaak met grote groepen tegelijk, ook vaak samen met andere soorten.

Het menu bestaat hoofdzakelijk uit zaden. Ondanks hun geringe formaat eten ze in verhouding vaak grove zaden, in het wild van grassen vooral. In de broedtijd eten ze ook insecten, ze zijn erg behendig in het vangen van kleine krekeltjes.
In gevangenschap is een grof tropenmengsel als basis prima geschikt, hele fijne zaden zullen ze nauwelijks eten. Vul dit aan met wat eivoer, eventueel wat universeelvoer en kleine beetje groenvoer. Om een of andere reden zijn binsen geneigd zeer eenzijdig te eten. Om ze te leren eten wat ze niet kennen, meng af en toe kleine beetje gesnipperde groente of fruit door het zaad, zo wennen ze er geleidelijk aan.

In de broedtijd worden koppels ineens territoriaal, ze verdedigen een geschikte nestplek fel tegen soortgenoten. Het mannetje baltst door te zingen en te dansen, soms met een grasspriet in de snavel. In het wild maken binsenastrildes van grassprieten een kogelrond nest, de binnenkant bekleden ze met veertjes en mos. Het nest wordt gebouwd in een boom, vaak op 2 meter hoog. In gevangenschap accepteren ze allerlei nestkastjes.
Na de nestbouw volgen diverse paringen, waarna de pop 5 tot 7 eitjes legt. Man en pop bebroeden deze 14 dagen. De jongen worden gevoerd met zaden en insecten, ze groeien niet echt hard, ze blijven ongeveer 3 weken in het nest voor ze uitvliegen. Ze zijn zelfstandig als ze 7 weken oud zijn.

Omdat de binsenastrilde al heel lang veelvuldig in gevangenschap gekweekt wordt, zijn er ook verschillende mutaties ontstaan, te weten:

  • Bruin
  • Isabel
  • Pastel
  • Bont
  • Oranjesnavel
  • Geelkop
  • Terug naar boven


    Copyright Allevogels.nl
    Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.