allevogels


advertentieruimte

Baardsijs

Baardsijs - Carduelis barbata - Black-chinned Siskin

De baardsijs is Zuid-Amerikaanse vogel van rond de 13 cm die in het wild voorkomt in Chili, Argentinië en op de Falkland eilanden. Hij is monotypisch, dat wil zeggen dat er geen ondersoorten (bekend) zijn van deze vogel.
De baardsijs wordt nog wel een verward met de Europese sijs, de baardsijs is echter wat groter en het lichaam is ronder. Poppen kunnen verward worden met die van de Maghelaansijs, maar de kleur op de kop is bij de baardsijs echt donkerder.

De baardijs leeft in struikgewas aan de randen van bossen en op begroeide heuvels en zelfs bergwanden tot ruim 1000 meter hoog. Hij lijkt een voorkeur te hebben voor gebieden waar tussac-gras groeit, dat is een 2 meter hoge grassoort met stevige stengels en grote bloeiaren. Dit gras komt vooral voor op de Falkland eilanden.

Man en pop zijn eenvoudig van elkaar te onderscheiden, alleen de man heeft de zwarte tekening onder de snavel waar de vogel zijn naam aan dankt. Ook is alleen bij de man de schedel zwart. Poppen zijn over het algemeen wat meer grijs, maar er zijn ook poppen die wel veel geel tonen.

Baardsijzen eten voornamelijk graszaden, dat van het tussac-gras, maar ook andere, veel fijnere graszaden. Slechts sporadisch worden bessen gegeten, vooral in de koude periodes. In de broedtijd worden ook groene vliegen gegeten. Deze sijsjes eten ook graag van jonge twijgjes, vooral wilgenkatjes vinden ze erg lekker.

Buiten het broedseizoen leven baardsijzen in grote groepen van soms wel 100 dieren. In het broedseizoen zonderen de koppels zich af en zijn de mannen vaak ronduit agressief naar soortgenoten. Een broedrijp koppel bouwt van fijn gras een nestje in een struik, vlak boven de grond. De pop leg daar 4 of 5 eitjes in, deze zijn lichtblauw met bruine vlekjes. De jongen komen na 13 dagen broeden al uit de eieren en worden de eerste week met bijna alleen vliegenlarven en vliegen gevoerd. Pas daarna beginnen de ouders halfrijpe zaden te voeren. Na ruim twee weken vliegen de jongen uit en nog eens twee weken later zijn ze zelfstandig en moeten ze voor zichzelf zorgen.

Per seizoen zijn er vaak drie complete legsels, waarbij de vogels ogenschijnlijk maling hebben aan de weersomstandigheden. In hun natuurlijke omgeving broeden ze ook vaak als het erg koud is, zolang ze maar weten dat er voldoende voedsel te vinden is voor de jongen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.