allevogels


advertentieruimte

Loxigilla noctis

Antillendikbekje - Loxigilla noctis - Lesser Antillean Bullfinch

Het Antillendikbekje is een vogeltje uit de familie Thraupidae waar ook de tangara's onder vallen. Binnen het geslacht Loxigilla zijn 4 soorten beschreven:

  • Antillendikbekje - Loxigilla noctis
  • Bahamadikbekje - Loxigilla violacea
  • Barbados dikbekje - Loxigilla barbadensis
  • Roodkapdikbekje - Loxigilla portoricensis
  • Ons Antillendikbekje is voor het eerst beschreven in het werk van Linnaeus uit 1766. Hij deelde het dikbekje in in het geslacht fringilla (waar nu nog de vink, de keep en de blauwe vink in zitten), zodat de naam Fringilla noctis was. Noctis betekent "nacht" en slaat op de kleur van de mannetjes. In 1831 is de soort "verhuisd" naar het geslacht Loxigilla.

    Antillendikbekjes komen voor op verschillende eilanden in het Caribisch gebied, op elk eiland kan vooral het voedselaanbod net wat verschillen. Mogelijk o.a. daardoor zijn er inmiddels 8 ondersoorten beschreven:

  • Loxigilla noctis coryi
  • Loxigilla noctis crissalis
  • Loxigilla noctis desiradensis
  • Loxigilla noctis dominicana
  • Loxigilla noctis grenadensis
  • Loxigilla noctis noctis
  • Loxigilla noctis ridgwayi
  • Loxigilla noctis sclateri
  • Loxigilla barbadensis werd lange tijd ook als ondersoort gezien maar is later tot aparte soort verheven.
  • Dikbekjes zijn van origine echte bosvogeltjes, ze leefden goed verscholen in dicht tropisch en subtropisch woud. Sinds de eilanden bewoond zijn, komen ze echter steeds vaker in de buurt van mensen en op plaatsen waar toeristen komen, bezoeken ze zelfs terrassen en restaurants om eten te halen (veel restaurants zijn geheel open, zonder muren, en daar vliegen de vogels in en uit). De vogeltjes verspreiden zich over het gehele oppervlak van de eilanden, van de kustlijn tot in de heuvels.

    Mannetjes van het Antillendikbekje zijn bijna zwart en hebben een bruinrode bef en stuit, soms is ook de onderkant van de staart rood. Popjes zijn grijsbruin en hebben een roodbruine waas over de vleugels en de stuit. De vogels zijn rond de 13 cm groot en zeer beweeglijk. Ze lijken bijna constant op zoek naar voedsel, waarbij ze beslist niet kieskeurig zijn. Ze zijn gerust omnivoren te noemen, ze eten zaden, nectar, veel verschillende soorten fruit, insecten, wormen en spinnen. Ze eten fruit vaak nadat het afgevallen is, als het rijp of overrijp is. Ze hebben vanwege hun zeer snelle metabolisme een hoge behoefte aan snel opneembare suikers. De gisten in dat fruit deren hen niet.

    In de broedtijd pronkt het mannetje door zijn vleugels wat te laten hangen en ermee te trillen, ondertussen maakt hij zoveel mogelijk verschillende geluidjes. Na de paarvorming zoekt elk koppel een geschikte boom of struik om een nest te maken. Het mannetje bewaakt een territorium om het nest. Dat nest wordt gemaakt van reepjes bladeren en heeft de vorm van een flinke tennisbal met in één zijkant een kleine invliegopening. De nesthoogte varieert tussen de 20 cm en 4 meter.

    Een legsel bestaat uit 3 of 4 lichtblauwe eitjes die alleen door de pop bebroed worden. Na 12 of 13 dagen komen de eitjes uit en beide vogels voeren dan de jongen, de pop wel veel vaker dan de man die ook de taak van bewaker heeft. De jongen vliegen uit als ze 18 dagen oud zijn en lijken dan uiterlijk op de pop. De kleurverandering van de mannetjes begint pas na ruim een half jaar.

    Terug naar boven


    Copyright Allevogels.nl
    Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.