allevogels


advertentieruimte

Anhinga anhinga

Amerikaanse Slangenhalsvogel - Anhinga anhinga - Anhinga, Snakebird, Darter, American Darter or Water Turkey

De Amerikaanse slangenhalsvogel leeft in een groot deel van Amerika. Van het midden van de Verenigde Staten tot aan Uruguay. Ook komt hij vooor op Cuba en Trinidad en Tobago. De groepen die in het uiterste noorden en die in het uiterste zuiden trekken bij extreem weer beide richting de evenaar, om zo het voor hen meest gunstige klimaat op te zoeken. Tijdens de trek komen de grote vleugels goed van pas, overtrekkende groepen slangenhalsvogels worden wel "zwarte papieren vliegers" genoemd.

De slangenhalsvogel leeft altijd in de buurt van water, het is namelijk een uitgesproken viseter. De naam slangenhalsvogel komt van de lange nek, de nek vormt zo'n beetje de helft van zijn totale lengte van 80 cm. Mannetjes zijn geheel zwart, vrouwtjes hebben een lichter gekleurde nek, soms grijs, soms beige zelfs.

Slangenhalsvogels houden zich vaak in het water op, waar ze jagen op grote vissen. Hun verenpak is niet waterafstotend zoals bij veel andere watervogels. Ze kunnen zich met hun natte veren prima onder water bewegen en ze vissen door hun snavel als spies te gebruiken. Omdat bij het jagen alleen de kronkelige nek en de kop af en toe boven water uitsteken, is de vergelijking met een zwemmende slang snel gemaakt.

Net als de aalscholver moeten ze eenmaal uit het water hun veren laten drogen. Ook de slangenhalsvogel doet dit door met gespreide vleugels in de zon te zitten. Pas als hij bijna droog is, kan hij weer vliegen. Bij gevaar kruipen slangenhalzen daarom vaak al springend hogerop in een boom of struik.

Zoals al geschreven, vis vormt het grootste deel van het voedsel. Daarnaast pakken ze ook schildpadjes, slangen en zelfs baby-kaaimannen. Als het voedsel wordt eerst gespietst en daarna in zijn geheel doorgeslikt. De lange hals is net als bij reigers dan ook behoorlijk flexibel.

Nestelen doen deze vreemde vogels in bomen en struiken aan de waterkant. Een eenmaal gevormd koppel blijft voor het leven bij elkaar en ze bouwen van takken, riet en waterplanten een fors nest. Na de paring worden er gemiddeld 4 eieren gelegd, meestal met twee dagen tussenpoze per ei. Beide vogels broeden, totaal vier weken voordat de jongen uit het ei kruipen.

De jongen worden eerst een week met opgebraakt voorverteerd voedsel gevoerd, daarna wordt het snel grover tot ze na een week of 4 al hele vissen krijgen. Na 6 weken zijn de jongen groot genoeg om het nest te verlaten. Ook dan worden ze nog een tijd door de ouders geholpen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.