allevogels


advertentieruimte

Neophron percnopterus

Aasgier - Neophron percnopterus - Egyptian Vulture

De aasgier is met een grootte van maximaal 70 cm de kleinste onder de gieren. Desondanks bedraagt zijn spanwijdte wel ruim anderhalve meter, echt klein is hij dus ook weer niet. Linnaeus was in 1758 de eerste die de vogel wetenschappelijk beschreef en tegenwoordig worden er 3 ondersoorten erkend:

  • Neophron percnopterus percnopterus als nominaatvorm, deze is het meest wijdverspreid.
  • Neophron percnopterus ginginianus, leeft voornamelijk in India
  • Neophron percnopterus majorensis, leeft alleen op de Canarische eilanden en is pas als ondersoort erkend in 2002. Deze ondersoort is de grootste van de drie.
Over een mogelijke ondersoort rubripersonatus wordt door de geleerden nog gediscussueerd, deze zou leven in en rond de Hymalaya.
De nominaatvorm komt voor in Zuid-Europa, in Afrika en in Zuid-Azië. Een heel enkele keer wordt er een als dwaalgast gezien in Nederland.

Aasgieren zijn met hun grote vleugels uitstekende vliegers, ze kunnen zeer lang zweven en maken daarbij gebruik van de opstijgende warme lucht. Op weg naar hun broedgebieden in zuidelijke Afrika leggen de vogels die in Europa leven grote afstanden af. Per dag vliegen ze vaak wel 500 kilometer en de trektochten gaan over duizenden kilometers.
Het zweven op de thermiek brengt ze vaak zeer hoog, daarom hebben ze ook uitstekend zicht om prooien vanaf grote hoogten te ontdekken. Ondanks de naam aasgier eten deze roofvogels niet alleen dode prooien, ze vangen ook vogels, reptielen, knaagdieren en eieren. Een bekend trucje dat ze gebruiken bij grote sterke eieren, is het gebruik van een steen om de schaal te breken.

Naast het genoemde voedsel, eten deze gieren ook regelmatig mest van allerlei hoefdieren. Dit doen ze om bouwstoffen voor de kleurstof binnen te krijgen voor de gele snavel en de huid op de kop.

Aasgieren broeden op richels en speten in steile rotsen, meestal in groepen, soms per koppel. Er worden 2 of 3 (in verhouding) vrij kleine eieren gelegd van ongeveer 6 cm lang. De vogels broeden ruim zesenhalve week en wisselen elkaar af terwijl de ander als bewaker optreedt en voedsel brengt. De jongen worden door beide ouders gevoerd en omdat ze zo piepklein beginnen, duurt het ruim 3 maanden voor de jongen uitvliegen. De eerste weken knippen de ouders elke prooi in kleine stukjes, later leren de jongen prooien heel inslikken.
Omdat de jongen vaak met tussenpozen van enkele dagen uitkomen, heeft het kleinste jong de minste overlevingskans. Regelmatig gebeurt het dat zo'n kuiken naar een ander nest kruipt in de hoop daar wel voldoende voedsel te krijgen.

Uitgevlogen jonge aasgieren lijken totaal niet op de ouders, ze zijn vrijwel bruin en hebben een grijze kop, het geel in de snavel en de washuid vormt zich pas in de eerste 5 levensjaren. Aasgieren kunnen ruim 30 jaar oud worden.

Diverse onderzoeken hebben wat merkwaardige feiten aan het licht gebracht.
Zo blijken alleen de aasgieren in Bulgarije stokjes te gebruiken om plukken wol tot slierten te draaien. Deze slierten gebruiken ze als nestmateriaal.
Bij testen in gevangenschap bleek dat het gebruik van stenen om eieren te kraken geen aangeleerd gedrag is maar iets dat de vogels instinctmatig doen. Ook zonder voorbeeld vertoonden vogels dit gedrag. Vreemd genoeg doen de vogels van de ondersoort ginginianus dit niet, zij krijgen eieren met te sterke eierschalen dan ook niet open.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.