allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Uria aalge

Zeekoet - Uria aalge - Common Murre

De zeekoet is voor het eerst wetenschappelijk beschreven door de Deen Pontoppidan, in 1763. Het is een vogel uit de familie der Alken, waar bijvoorbeeld ook de veel bekendere papegaaiduiker in thuishoort. Zeekoeten zijn rond de 40 cm groot en hebben een vleugelspanwijdte van krap 70 cm. Hoewel ze op het eerste gezicht enigszins op pinguins lijken, kunnen ze wel degelijk bijzonder goed vliegen.

Het leven van de zeekoet speelt zich grotendeels af op de Atlantische oceaan. Ze broeden op kusten van het noordelijke deel van Europa, maar buiten het broedseizoen leven ze op open zee. Er zijn 4 ondersoorten beschreven; Uria aalge aalge, Uria aalge albionis, Uria aalge inornata en Uria aalge californica. De soort op onze foto's is de ondersoort Uria aalge albionis, deze broedt o.a. op de rotsen van Helgoland.

Zeekoeten zijn echte watervogels, ze drijven graag met stromingen mee om goede visgronden te bereiken. Ze eten daar vis, garnalen en andere waterdiertjes die maar even in de buurt durven komen. Ook mosselen en andere schaal- en schelpdieren staan regelmatig op het menu. De koeten duiken erg goed en zijn onder water razendsnel dankzij de aangepaste en afgeronde lichaamsvorm. Ze kunnen met gemak meer dan 100 meter diep duiken.

Broeden doen deze vogels dus op kusten, bijna altijd op steile rotsformaties, om het vijanden moeilijk te maken. Er wordt per legsel slechts een enkel ei gelegd en beide oudervogels broeden het om beurten uit in ongeveer een maand. Zeekoeten hebben een opmerkelijke truc ontwikkeld voor als er een ei kapot gaat of geroofd wordt. Vrij snel legt de pop dan een nieuw ei, dat wat kleiner is dan het eerste ei en helemaal bijzonder; het jong dat daar uit komt, groeit sneller dan normaal. Dergelijke jongen zijn wel iets kwetsbaarder dan de "normale", zo hebben ze meer en vaker voedsel nodig om op gewicht te komen en zijn ze iets minder goed bestand tegen heel slecht weer.

De jonge zeekoeten verlaten het nest al voordat ze kunnen vliegen, meestal als ze 3 weken oud zijn. Van echt uitvliegen is geen sprake, ze laten zich eigenlijk gewoon naar beneden vallen tot ze in het water zijn. Soms vallen ze daar echt honderden meters voor naar beneden, een goede vetlaag is ook dan al van levensbelang dus. Het mannetje volgt het jong en verzorgt het nog ruim 2 weken op zee. Het vrouwtje blijft nog een paar weken in het broedgebied, waarbij opvalt dat ze dan vaak andere jongen helpt voeren. Ook vogels die dat jaar niet gebroed hebben, helpen vaak door vis aan te bieden aan een bedelend jong of zelfs aan een voerende ouder.

De zeekoet, een oersterke vogel die best wat meer aandacht en waardering verdient.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.