allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Ptilinopus magnificus

Wompoo vruchtenduif - Ptilinopus magnificus - Wompoo Fruitdove

De Wompoo vruchtenduif leeft in tropische gebieden rond de evenaar. Hij komt voor in Nieuw Guinea en in het oosten van Australië. In Nieuw Guinea komt hij alleen voor in de laaggelegen gebieden en mijdt hij de gebergtes. Deze duif komt ook voor op de eilanden Wiago, Batanta, Salawati, Misool, Gam, Yapen, Manam, Kairiru, Bagabag en Karkar. In Australië komt hij voor langs de oostkust van Queensland en New South Wales, van Cape York in het noorden tot het Illawarradistrict in het zuiden. Er zijn geen gegevens van het voorkomen ten zuiden van Sydney.
De ondersoort Ptilinopus m. puella komt voor op de eilanden Wiago, Batanta, Salawati, Misool en Vogelkop.

De Wompoo vruchtenduif leeft vooral aan de bosranden. Er is een grote verscheidenheid in plantensoorten in het tropisch regenwoud, de planten waar de Wompoo vruchtenduif op foerageert, zijn veelal fruitbomen. Tijdens deze bezigheid haalt de Wompoo vruchtenduif de meest acrobatische toeren uit om bij het fruit te komen. Hij is weinig tot niet op de grond te vinden.

De grootste ondersoort is 49 cm groot, de kleinste ondersoort, de vogel die wij in dit artikel beschrijven, 29 cm. Het is een slank gebouwde duif met een lange staart. Ze zijn te onderscheiden van de andere vruchtenduiven door hun asgrijze kop, het diepgroene rugdek, de gele stippen op de vleugel. De kin, keel en borst zijn purper paars, de onderstaartdekveren zijn felgeel, bij sommige ondersoorten is dit lichtgroen, de snavel is geel met een rode basis en hij heeft groene poten.
De kleuren van de Wompoo vruchtenduif zijn volledig aangepast aan het leven in het tropisch regenwoud.

Vruchtenduiven hebben een erg kort darmstelsel, dat komt omdat ze bijna uitsluitend vruchten eten. De ontlasting van deze duiven is daarom ook erg vochtig.

De Wompoo vruchtenduif wordt vaak alleen gezien of in een paar. Kleine groepen van een aantal individuen worden buiten het broedseizoen wel eens gezien. Hij wordt eerder gehoord dan gezien, omdat hij, in tegenstelling tot andere bosduiven, niet in grote groepen foerageert. In Australië komt de Wompoo vruchtenduif voor in het hoge bladerdak, in Nieuw Guinea komt hij wat lager voor in het bladerdak van het regenwoud, dit is dus van toepassing op de Ptilinopus m. puella.

In Australië broedt deze duif van juni tot aan januari met een piek van juli tot december. In Australië is dit het einde van het droge seizoen en het begin van het regenseizoen. In Nieuw Guinea broedt hij het gehele jaar rond, dit geld dus ook voor de Ptilinopus m. puella.
Het baltsen van de Wompoo vruchtenduif komt overeen met alle andere duivensoorten. De doffer legt zijn snavel tegen zijn borst en begint te buigen. Hij buigt bijna tot aan de grond, op het laagste punt laat hij een lage toon horen. De duivin legt maar 1 ei, dit is het gevolg van de slechte voedselopname in de maag. Het nest bevindt zich tussen de 1,8 en 4 meter boven de grond. Het nest dat ze bouwen, is van zeer slechte kwaliteit waarbij het weleens voorkomt dat het ei door het nest heen valt. De Ptilinopus m. puella broedt tot 21 dagen, de Australische soorten broeden maar 12-14 dagen. Beide ouders broeden op het ene ei. Het jong vliegt al na 13-14 dagen uit.

Zoals eerder gemeld, hebben de Wompoo vruchtenduiven een erg kort darmkanaal ten opzichte van de zaadetende duiven, daarbij komt dat ze een kleine langgerekte maag hebben, die zeer zwak gespierd is. Vruchtenduiven eten dus bijna uitsluitend fruit. In het wild eten ze vooral bessen en vijgen. In de gebieden waar de vruchtenduiven leven, komen ongeveer 50 verschillende soorten vijgen voor.
In gevangenschap eten de vruchtenduiven: appel, peer, meloen (geen watermeloen), papaja, gekookte wortels, gekookte aardappelen, banaan, bramen, frambozen, aalbessen, blauwe bessen en ook worden zogenaamde T-16 korrels verstrekt (dit zijn pellets) die ook de benodigde voedingsstoffen leveren. Het fruit word gesneden in stukjes van ongeveer 0.5 cm, dit kunnen de vruchtenduiven in zijn geheel doorslikken dankzij hun brede snavel. Ook krijgen de duiven rijst en groenten. Over het fruit wordt vaak een vitaminepoeder gestrooid omdat de voedselopname in de maag niet hoog is. Op deze manier krijgen de vruchtenduiven genoeg voedingsstoffen binnen.
Vruchtenduiven krijgen géén citrusvruchten te eten, deze zijn niet goed voor de vogels vanwege het hoge vitamine C gehalte. Ook mogen ze, net als iedere andere vogel, géén avocado krijgen. Deze vrucht is voor alle vogels giftig en mag dus niet worden verstrekt. Verder krijgen de vruchtenduiven in gevangenschap extra calcium. Ook is bekend dat ze in kleine mate insecten eten, dit is ook ‘zacht voer’, voorbeelden hiervan in gevangenschap zijn de buffaloworm en de meelworm die toch wat meer bekend is.

Bij deze vruchteneters is het van belang dat wordt gelet op het ijzergehalte in het voedsel. Het ijzer stapelt zich op in de lever en kan erg slecht worden afgebroken. Bij een overmaat aan ijzer in de lever sterft de duif. Er is op dit moment geen bewezen manier om het ijzergehalte in de lever te verlagen. Dit is dus een onomkeerbaar proces. Een opmerkelijke eigenschap is dat vruchtenduiven bijna nooit drinken. Ze halen vrijwel al hun vocht uit de vruchten die ze eten.

De Wompoo vruchtenduif is in de 19de eeuw naar Europa geïmporteerd, dit werd gedaan voor particulier gebruik. Misschien wel interessante informatie over deze duif is, dat hij heel erg moeilijk te kweken is. Andere vruchtenduiven zijn ook niet makkelijk te kweken maar de Wompoo vruchtenduif is er één van de bovenste categorie, vandaar dat de Wompoo vruchtenduif vandaag de dag alleen nog maar bij enkele particulieren en bij een aantal dierenparken zit. Veel duiven zijn er niet geïmporteerd, dat kwam omdat de duiven duur waren en fruit te eten moesten hebben wat niet in alle gevallen bekend was. Sommige van de allereerste vruchtenduiven die in Europa kwamen, kregen geweekte hondenbrokken te eten. De vogel was dus onbekend, wat ook niet heeft meegeholpen. Daarbij poepten de duiven dun, wat niet erg onderhoudsvriendelijk is. Ook veel van de geïmporteerde duiven stierven van de kou, de Wompoo vruchtenduif is niet winterhard. In gevangenschap is het een must dat de vogels bij een temperatuur van minimaal 19 graden worden gehouden. Wanneer de temperatuur onder de 15 graden komt, begint de spijsvertering van de duif gebreken te vertonen. Dit heeft dood als gevolg.

Van de Wompoo vruchtenduif zijn 7 ondersoorten bekend:

  • Ptilinopus m. magnificus (Temminck, 1821) dit is de grootste soort, hij komt voor langs de oostkust van Australië. Afmetingen van deze soort zijn: totale lengte: 450-500 mm, vleugel: 223-235 mm, staart: 165-180 mm, snavel: 20-25 mm en heeft een gewicht van 250-470 gr.
  • Ptilinopus m. keri (Mathews, 1912) dit is ook een soort uit Australië hij is kleiner dan de nominaatvorm. Het groene rugdek is dieper van kleur ook de onderstaartdekveren zij dieper van kleur. Vleugelafmetingen: 195-210 mm
  • Ptilinopus m.assimilis (Gould, 1850) deze soort komt voor in het noorden van Australië, hij lijkt er op Ptilinopus m.keri maar is kleiner. De kleuren rond de hals zijn dieper van kleur. Vleugelafmetingen: 174-194 mm
  • Ptilinopus m. poliura (Salvadori, 1878) dit is een soort uit Nieuw Guinea. Lijkt er veel op Ptilinopus m. assimilis maar duidelijk kleiner. Ook de kleuren zijn dieper dan van Ptilinopus m. assimilis. Vleugelafmetingen: 164-179 mm
  • Ptilinopus m. interposita (Hartert, 1930) een soort uit Nieuw Guinea. Deze vogel is weer een slagje kleiner. Deze soort hangt qua uiterlijk en afmetingen tussen Ptilinopus m. poliura en Ptilinopus m. puella in.
  • Ptilinopus m. septentrionalis (Meyer, 1893) ook een soort uit Nieuw Guinea die sterk lijkt op Ptilinopus m. interposita. Qua afmetingen zit ook deze soort tussen Ptilinopus m. poliura en Ptilinopus m. puella in.
  • Ptilinopus m. puella. (Lesson, 1827) het voorkomen is reeds genoemd. Dit is de kleinste ondersoort. Hij lijkt sterk op Ptilinopus m. interposita maar het rugdek is dieper groen en de gele stippen op de vleugels zijn verder gereduceerd. De borst en buik zijn roder. Vleugelafmetingen: 155-168 mm

De volledige wetenschappelijk naam is dus: Ptilinopus magnificus puella, dit betekent het volgende: Ptilinopus is de geslachtsnaam. Deze naam komt uit 2 samengevoegde Latijnse woorden. Het eerste deel betekent: veer of veren, het tweede deel betekent voet of loopbeen. Samengevoegd is dat dus bevederde voeten. Magnificus betekent, een beetje voor de hand liggend: mooi of prachtig. Puella is het derde deel van de naam en betekent: meisje of maagd.
Het geluid dat de Wompoo vruchtenduif voortbrengt, heet koeren. Het is een diepe, soort grommende koer. Je kunt het omschrijven als volgt: hw-ooph hoo. Tijdens het eten of wanneer hij een alarmkreet uitslaat, klinkt het anders namelijk: t-grrr of krarr. Wanneer de Wompoo vruchtenduif op het nest zit, klinkt hij ook anders: ku-tung.

Tekst: Coen van Tuijl

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.