allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Florisuga mellivora

Witnekkolibrie - Florisuga mellivora - White-necked Jacobin

De witnekkolibrie is een van de 2 soorten binnen het geslacht Florisuga. Deze kolibrie is voor het eerst beschreven in het werk Systema Nature van Linnaeus, maar dan als Trochilus mellivorus. In 1846 is door John Gould de ondersoort Florisuga mellivora flabellifera beschreven. Deze is wat groter dan de nominaatvorm.
Voor een kolibrie is de witnek al vrij groot, rond de 12 cm, waarbij het mannetje net wat forser is dan de pop. Mannetjes hebben een geheel witte buik en een witte band in de nek, poppen zijn een stuk lastiger te beschrijven. Die zijn namelijk zeer gevarieerd van kleur. Er zijn poppen die sprekend op de mannetjes lijken, poppen die slechts iets minder wit hebben en poppen die helemaal geen wit tonen maar juist veel meer groen. Popjes hebben wel één duidelijk herkenningsteken, blauw-witte veertjes rond de cloaca. Bij de man is de buik gewoon helemaal wit.

Witnekkolibries komen voor in Mexico, in Centraal-Amerika en in een aantal landen in het noorden van Zuid-Amerika. Ze leven solitair in de bovenlagen van dichte wouden en komen buiten het broedseizoen zelden laag in de bossen. Ze leven voornamelijk van nectar en daarnaast eten ze kleine insecten. Hun snavel is aangepast aan de bloemvorm van de bomen en van de diverse bromeliasoorten die in de bomen groeien. Vooral die laatste zijn vaak ook meteen een royale bron van dierlijk voedsel, de zoete nectar lokt allerlei kleine vliegjes. Deze vangen ze zowel in de lucht als op de kleverige bloemen.
Anders dan veel mensen denken, zuigen de kolibries de nectar niet uit de bloemen, maar ze likken het op met hun lange en gespierde tong. Bestudering van filmbeelden heeft aangetoond dat ze die beweging meer dan 10 keer per seconde kunnen maken.
Witnekkolibries zijn vaak zeer fel in het verdedigen van hun favoriete voedselbloemen en ze kiezen opvallend vaak rode bloemen, deze bevatten de meest voedzame nectar.

Hoewel deze kolibries dus het hele jaar hoog in de bomen leven, broeden ze wel laag bij de grond, soms maar een meter boven de bosbodem. Na indrukwekkende baltsvluchten van het mannetje, waarbij vooral de witte staart geshowd wordt, volgt er een snelle paring. Het mannetje vertrekt dan weer en bemoeit zich verder niet met de rest van het voortplantingsproces. Vaak paren de popjes met meerdere mannetjes, alleen de sterkste zaadcellen bevruchten haar eicel. De pop bouwt dan een piepklein nestje op een blad, waarbij ze zorgvuldig kiest voor een blad dat wordt afgedekt door een groter blad dat als regenscherm dient. Van heel fijn plantaardig materiaal maakt ze een kommetje dat ze dan nog bekleedt met spinrag.
De pop legt een enkel eitje dat ze ook zelf uitbroedt. Ze voert het jong met opgebraakt voornamelijk dierlijk voedsel. Het extra voedsel verzamelen kost haar veel energie, met haar lange snavel brengt ze het voedsel daarom direct in de maag van het jong, zodat er niets verloren gaat. Het jong groeit zeer snel en al met 10 of 11 dagen vliegt het uit.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.