allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Todiramphus chloris

Witkraagijsvogel - Todirhamphus chloris - Collared Kingfisher

De witkraagijsvogel is een wijdverspreide soort in het zuiden van Azië, hij leeft zelfs van Noord-Afrika tot in Australië. De vogel is voor het eerst beschreven door de Nederlands arts en natuurkenner Pieter Boddaert, in 1783. Onder meer vanwege het enorm grote verspreidingsgebied van deze ijsvogel, zijn er in de loop der tijd maar liefst 50 (!) ondersoorten beschreven. We sommen ze graag even voor u op, we laten de soortnaam weg en geven alleen de toevoeging van de ondersoorten:

Naast de nominaatvorm Todiramphus chloris chloris, zijn er nu de abyssinica, alberti, albicilla, amoena, armstrongi, azela, bennetti, brachyura, chloroptera, colcloughi, collaris, colona, davisoni, erromangae, eximia, humii, juliae, kalbaensis, laubmanniana, mala, manuae, marina, matthiae, melanodera, novaehiberniae, nusae, occipitalis, orii, ornata, owstoni, palmeri, pavuvu, pealei, pilbara, regina, sacer, santoensis, solomonis, sordida, sororum, stresemanni, tannensis, teraokai, torresiana, tristami, utupuae, vicina, vidali en vitiensis.

De grootte en de kleuren variëren per ondersoort, grofweg is de vogel tot 26 cm groot en de rug is blauw of blauwgroen. Alle ondersoorten zijn te herkennen aan de witte "halsband". Vrouwtjes zijn bij de meeste ondersoorten wat groener dan mannetjes, die wat meer blauw tonen. De soort behoort tot de familie Halcyonidae, de boomijsvogels.

De witkraagijsvogel leeft vooral in kustgebieden, mangrovebossen zijn veruit favoriet. Op onbewoonde eilanden leven de vogels ook meer landinwaarts. Het zijn zeer snelle vliegers, ze scheren tussen takken door met hoge snelheden en landen met enorme precisie. Bij dat laatste komen de korte maar zeer sterke poten goed van pas, de vogels kunnen zich er enorm stevig mee vastgrijpen. Ze leven bijna altijd een verborgen bestaan, ze zijn beslist schuw te noemen en bij het minste of geringste idee van onraad schieten ze uit beeld.

In de vochtige delen van het leefgebied eten deze ijsvogels vooral krabben, zowel zoet- als zoutwaterkrabben. Daarnaast eten ze vis, insecten, wormen, garnalen en kreeftjes, slakken, kikkers en kleine reptielen. Ze jagen op de typische ijsvogelmanier, door van een uitkijkpost met snelle stootduiken hun prooi te verrassen. Alle onverteerbare delen braken de vogels in stukjes weer uit.
Ook deze ijsvogels slaan wat grotere prooien eerst tegen een tak of steen om deze te doden en/of kleiner te maken.

In de broedtijd voeren beide geslachten uitgebreide baltsvluchten uit, vooral dan is de snelheid ronduit indrukwekkend. Witkraagijsvogels zijn holenbroeders, ze maken geen tunnels zoals "onze" Europese ijsvogel. Een koppel zoekt of maakt een holte in een rottende boom, in een termietenheuvel of soms in een aarden oever. De vogels gebruiken geen nestmateriaal, de eieren worden gewoon op de kale nestbodem gelegd. Een legsel bestaat gemiddeld uit 3 eieren die door beide ouders bebroed worden, de pop broedt de eerste week tot 10 dagen, de man neemt het dan over tot de eieren uitkomen.
Na 22 dagen kruipen de jongen het ei uit en dan voeren beide ouders ze veel en vaak, observaties in het wild hebben aangetoond dat er meer dan 60 keer per dag voedsel gebracht wordt. De jongen groeien dan ook snel, ze vliegen uit als ze ruim 6 weken oud zijn. Het eerste half jaar zijn de jongen veel minder fel gekleurd dan de ouders en nog opvallender, de veren op de borst lijken een geschubde tekening te tonen.

De witkraagijsvogel kan een behoorlijk luidruchtige vogel zijn, hij kan schel schreeuwen, maar ook lachen gelijk kookaburra's.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.