allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Lonchura maja

Witkopnon - Lonchura maja - White-headed Munia

De witkopnon is voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Linnaeus, in 1766. Deze kleine vogels leven in Azië, om precies te zijn op Bali, Java, Sumatra, in Signapore, Vietnam en Maleisië. Witkopnonnen zijn in het wild ook in Japan aanwezig, uitgezet door de mens.
Er zijn twee ondersoorten, de nominaatvorm Lonchura maja maja en de Lonchura maja vietnamensis. Deze laatste is pas in 1995 als ondersoort erkend en beschreven. De ondersoort vietnamensis is iets donkerder en het wit op en rond de kop is veel kleiner dan bij de nominaatvorm.

Witkopnonnen zijn zeer sterke vogeltjes en ze kunnen zich erg goed aanpassen aan wisselende omstandigheden. Van origine leefden ze in rietvelden rond rivieren en meren, tegenwoordig zijn ook grote populaties te vinden rond rijstvelden. Het zijn ook sociale dieren, ze leven het grootste deel van het jaar in grote groepen.
Deze nonnen zijn helemaal aangepast aan een leven tussen de verticale plantenstengels van riet en rijst. De poten zijn sterk ontwikkeld en hun nagels groeien extra snel om de slijtage door het schuiven langs de ruwe stengels te compenseren.

Het zijn ook nog eens zeer goede vliegers die vooral op kleine afstanden erg behendig zijn. De vogels trekken niet, ze verplaatsen zich hooguit enkele kilometers op zoek naar voedsel. Ze komen op zeeniveau voor maar ook op heuvels en bergranden tot op hoogtes van 1500 meter.

Het voedsel bestaat voor 95% uit graszaden, waaronder dus rijst. Alleen in de broedtijd nemen ze ook wat dierlijk voer op in de vorm van vliegjes en larven van kleine insecten.

In die broedtijd vormen zich koppels waarbij de pop de hoofdrol speelt, zij kiest een geschikte partner voor dat jaar. Beide vogels maken samen van grassen en reepjes riethalm een mooi rond nestje, bijna altijd opgehangen tussen rietstengels. Een legsel bestaat meestal uit 5 witte eitjes, die de vogels om beurten in 13 dagen uitbroeden. De jongen worden ook door beide ouders gevoerd, over het algemeen zijn witkopnonnen erg goede ouders.
De jongen vliegen uit als ze krap 3 weken oud zijn en worden dan nog eens 3 weken bijgevoerd.
Jonge vogels zijn bruin met een vaalgele kop en buik. Pas als ze 8 of 9 maanden oud zijn, zijn ze volledig op kleur.

Ook in gevangenschap doen deze vogeltjes het vaak erg goed, om te kweken wordt geadviseerd ze in een groepje te houden, zodat de poppen zelf een partner kunnen kiezen. Vrij grof tropisch zaad aangevuld met graszaden kan het basismenu vormen. Daarnaast hele kleine beetjes groenvoer en fruit. De vogels zijn in de natuur vaak in de buurt van water; ze badderen graag.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.