allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Gallirallus australis

Weka - Gallirallus australis - Weka

De Weka is een loopvogel uit de familie der rallen (Rallidae). Hij is ruim 45 cm groot en vooral opvallend is de (voor een rallensoort) vrij lange spitse staart. De meeste loopvogels missen die omdat die niet nodig is, ze vliegen immers niet. De weka is overwegend bruin en heeft zwarte strepen en streepjes en een opvallende lichte oogstreep. De poten zijn zeer sterk ontwikkeld en ze hebben geen zwemvliezen tussen de tenen.

Er zijn 4 ondersoorten, de eerste twee, Gallirallus australis australis en Gallirallus australis scotti komen in diverse variaties bruin voor, warm bruin, kastanjebruin en heel donkerbruin. Gallirallus australis scotti is de kleinste van de vier.
Gallirallus australis greyi is ook donkerbruin maar heeft een sterk afstekende grijze buik.
Gallirallus australis hectori tot slot is veel lichter van kleur, bijna geelbruin.

Weka's leven in Nieuw-Zeeland. Van oorsprong waren het bewoners van dichte vochtige wouden, maar ze leven nu ook op graslanden, in parken en langs beekjes en riviertjes zelfs in rotsachtige gebieden. De vorm van het lichaam verraadt nog hun origine, het lijf lijkt gebouwd om gemakkelijk tussen dichte beplanting door te lopen op zoek naar voedsel. Weka's maken zeer harde geluiden, soms gewoon als contactroep, bij gevaar meer als waarschuwing of zelfs als imponeerwapen. Het geluid is vaak meer dan een kilometer ver te horen.

Als echte omnivoren eten weka's echt heel veel verschillende soorten voedsel, gemiddeld twee derde van plantaardige en één derde van dierlijke oorsprong. Zo eten ze gras en graszaden, diverse bladplanten, knoppen, bessen en zaden. Voor sommige plantensoorten zijn zij zelfs de enige verspreiders van de zaden in vruchten die voor veel vogels te groot zijn.
Het menu in dierlijk voedsel is nog meer gevarieerd, ze eten wormen, kevers, mieren, slakken, spinnen en allerlei insecten en larven daarvan, maar ook kikkers, kleine knaagdieren en kleine vogels. Er is zelfs waargenomen dat ze hermelijnen doden en opeten.
De snavel is verhard, zodat deze ook als spies gebruikt kan worden. Grotere prooien worden dood gepikt en daarna in stukjes gehakt.

Er is niet echt een vaste broedtijd voor deze vogels. Ze bepalen per moment of de omstandigheden goed zijn om te gaan broeden. Dit wordt vooral bepaald door het voedselaanbod. In sommige jaren brengen weka's 4 nesten groot. Dat komt goed uit, want enkele van de ondersoorten waren bijna uitgeroeid, vooral door de mens.
Onder dichte beplanting wordt van grashalmen een komvormig nest gemaakt, waar de hen 3 crèmekleurige eieren in legt. Beide oudervogels broeden en na een maand komen de jongen uit de eieren. De eerste twee weken krijgen de jongen alleen dierlijk voedsel, daarna wordt dit afgewisseld met fruit en zachte zaden. Het duurt ruim twee maanden voor de jongen zelfstandig zijn.

Ondanks de hoge productiviteit zijn enkele populaties toch heel kwetsbaar, reden voor particulieren om in samenwerking met natuurbeschermingsinstanties begin jaren negentig fokprogramma's op te zetten. In 1991 werden ruim honderd dieren (Gallirallus australis greyi) uit dit programma uitgezet. Helaas is het project in 1996 gestopt nadat honden en verwilderde fretten een slachting aangericht hadden onder de uitgezette dieren.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.