allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Gallinula chloropus

Waterhoen - Gallinula chloropus - Common Moorhen

Een van de bekende vogels in sloten en vijvers in dorpen en steden is wel het waterhoen. Het waterhoen is een vogel die een beetje tussen de watervogels en de loopvogels in zit. Echte watervogels hebben handige zwemvliezen tussen de tenen, het waterhoentje moet het doen met wat afgeplatte verbrede tenen.
Hij redt zich daardoor op de oever uitstekend, hij loopt vlot en makkelijk maar gelukkig kan hij ook uitstekend zwemmen en duiken. Hij is rond de 32 cm groot.

Het waterhoen leeft in bijna alle Europese landen waar veel water is, in onze regionen is het een echte standvogel. In strenge winters krijgt hij gezelschap van exemplaren die normaal een stuk noordelijker leven, zij beschouwen ons land dan als geschikt gebied om te overwinteren. De aantallen variëren maar er zijn jaren dat er meer dan 100.000 waterhoentjes in Nederland geteld zijn.

Het waterhoen valt onder de rallenfamilie, de Rallidae, en ook zijn gedrag heeft veel van de rallen. Anders dan zijn neefje de meerkoet, houdt hij zich niet graag op open water op. Het waterhoen scharrelt het liefst op en langs oevers tussen riet en waterplanten. Met zijn grote tenen kan hij ook prima over stevige waterplanten lopen.

Waterhoentjes eten zeer gevarieerd door het jaar heen. In de lente en zomer eten ze heel veel kleine waterdiertjes, wormen en landinsecten. In de winter eten ze voornamelijk plantendelen, ook de afgestorven delen van waterplanten op de bodem. Het zogenaamde eendenkroos is ook een eiwitrijke voedselbron voor ze.

Het nest wordt gebouwd van werkelijk alles wat voor handen is. Van nature gebruiken ze hier rietstengels en andere planten voor, maar in de buurt van mensen gebruiken ze gerust ook allerlei afval dat "wij" helaas in het water menen te moeten gooien.
Ze bouwen een heuveltje met daarop een vrij ondiepe kuil. Daarin legt de hen haar eieren, soms wel 10 of nog meer. Beide oudervogels broeden en na 3 weken kruipen de jongen uit de eieren. Ze zien er dan totaal anders uit dan hun ouders, ze hebben een rood kopje en wit dons op en om de kop. Het rood en het dons verdwijnen al na 2 weken, de jongen zijn dan eerst bruin aan de bovenkant en wit aan de onderzijde, dan worden ze grijs. Pas na een half jaar zijn ze uiterlijk niet meer van de ouders te onderscheiden. De jongen blijven vrij lang bij de ouders, vaak zo lang dat ze helpen bij het voeren van een volgend nest jongen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.