allevogels


advertentieruimte

Falco tinnunculus

Torenvalk - Falco tinnunculus - Common Kestrel

De torenvalk is een van de kleinere roofvogels en is rond de 38 cm groot, tenminste de wijfjes. De mannetjes zijn wat kleiner, meestal rond de 34 cm. Ook deze vogel werd al door Linnaeus in 1758 beschreven en later zijn er diverse ondersoorten beschreven. Uiteraard is ook daar weer discussie over, ik hou het op de volgende ondersoorten die door de meeste toonaangevende instituten erkend worden.

  • Falco tinnunculus tinnunculus, dit is de soort die we ook in Nederland kunnen bewonderen, hij leeft in heel Europa en Azië en overwintert in Afrika en in het zuiden van Azië.
  • Falco tinnunculus rupicolaeformis, komt voor in het noordoosten van Afrika en in Arabische landen.
  • Falco tinnunculus perpallidus, leeft in Tibet, China en Japan
  • Falco tinnunculus objurgatus, met zijn leefgebied in India en Sri Lanka
  • Falco tinnunculus archeri, deze leeft in Centraal-Afrika
  • Falco tinnunculus dacotiae, op de Canarische eilanden
  • Falco tinnunculus rufescens, leeft in West-Afrika
  • en tot slot de Falco tinnunculus canariensis die op Madeira en de westelijke Canarisch eilanden leeft.
Een van de meest kenmerkende gedragingen van de torenvalk is het zogenaamde bidden. Stilhangend in de lucht met snelle vleugelslagen speurt hij naar prooien. Ook kunt u ze vaak zien zitten op hoge uitkijkposten als lantaarnpalen en hekken. Ze hebben extreem goede ogen en kunnen zelfs deels ultraviolet licht zien. Met dat laatste kunnen ze op afstand sporen van muizenurine waarnemen en zo hun prooien vinden.

De naam torenvalk heeft de vogel gekregen omdat hij graag op hoge plaatsen nestelt, o.a. in gaten en nissen in torens. De wetenschappelijke naam tinnunculus betekent zoiets als krijsend. Torenvalkjes kunnen een erg schel geluid laten horen, speciaal in de broedtijd.
De geslachten zijn bij volwassen vogels goed uit elkaar te houden, mannetjes hebben een grijze, vrij effen borst en kop, wijfjes hebben een bruine borst en kop met donkere streepjes.

Ondanks zijn bescheiden formaat is de torenvalk beslist een felle rover, ik mocht zelf waarnemen hoe een wijfje een haas probeerde te pakken. De haas was zeker 2 keer zo groot en bleek uiteindelijk ook te snel voor de valk maar ze ging er toch bijzonder fanatiek op af en achteraan.
Meestal echter bestaat het hoofdvoedsel uit muizen. Een gezonde torenvalk moet 4 of 5 muizen per dag eten om in conditie te blijven. Op diverse eilanden leven veel minder of geen kleine knaagdieren, daar bestaat het menu weer voornamelijk uit kleine vogels. Als er te weinig knaagdieren zijn, eet deze roofvogel ook hagedissen, insecten, kikkers en wormen.
Overal in de leefgebieden staan vogels hoger op de keuzelijst als er jongen gevoerd moeten worden, kennelijk vormen die hoogwaardiger voedsel voor opgroeiende jongen.
In de winter eten ze ook vaak regenwormen, speciaal die uit graan- en korenakkers.

Torenvalken nestelen in holtes, vaak in hoge gebouwen (torens), maar ook in verlaten nesten en nestkasten van andere soorten. Rond half april, als er voldoende jonge voedseldieren te verwachten zijn, legt het wijfje 4 of 5 eieren. Ze broedt ze zelf uit in 4 weken en ze voert ze de eerste week ook zelf. Het mannetje brengt prooien naar het nest, die ze aanpakt en fijnmaakt voor de jongen. Na een week jagen beide ouders om beurten en mag ook de man voeren. Het voedsel wordt langzaam steeds in grotere stukken gegeven, tot de jongen ook hele muizen kunnen inslikken. Al na 4 tot 5 weken vliegen de jongen uit, de ouders leren ze dan jagen tot ze helemaal zelfstandig zijn.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.