allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Estrilda rhodopyga

Teugelastrilde - Estrilda rhodopyga - Crimson-rumped Waxbill

De teugelastrilde is een van de kleinere Afrikaanse prachtvinken, hij is met z'n 10 cm ongeveer maar ietsje groter dan een goudbuikje. Hij lijkt erg op het St. Helena fazantje en het napoleonnetje maar is wel wat zeldzamer in de avicultuur.

Er zijn twee ondersoorten bekend, de nominaatvorm Estrilda rhodopyga rhodopyga leeft in het noorden van Soedan, Eritrea, Ethiopië en Somalië.
De ondersoort Estrilda rhodopyga centralis is pas in 1911 als zodanig beschreven en leeft wat zuidelijker, in het zuiden van Soedan, in Oeganda, Kenia, Tanzania en Malawi.
Er zijn (mij) geen uiterlijke verschillen bekend tussen de ondersoorten.

Het verspreidingsgebied is groot en gevarieerd, maar meestal leven teugelastrildes in en om grote vlaktes met hoge grassen. Ze eten namelijk vooral graszaden en kleine insecten. Ze volgen hiervoor de regen die zorgt dat het gras gaat bloeien. Hoewel het op zich standvogels zijn, trekken ze daarvoor vaak honderden kilometers om de rijpe zaden te vinden.

Teugelastrildes bouwen hun nest vaak in hoge graspollen, ze gebruiken dan ook vooral gras als nestmateriaal. Een enkele keer zijn nesten waargenomen in laag doornig struikgewas, mogelijk doen de vogels dit als er veel rovers in de omgeving leven. Het nest wordt bekleed met veertjes, vaak hun eigen donsveren.
Man en pop broeden om beurten de 4 eitjes in 13 dagen uit en zorgen ook beide voor de jongen. De volwassen vogels voeren dan behalve halfrijpe zaden ook veel insectenlarven en -poppen.
De jongen blijven 2 weken in het nest voor ze uitvliegen en worden dan nog een dag of 12 gevoerd door de ouders.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.