allevogels


advertentieruimte

Accipiter nisus

Sperwer - Accipiter nisus - Eurasian Sparrowhawk

De sperwer werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Linnaeus, in 1758. Hij noemde de vogel Falco nisus. De plaatsing in het geslacht Falco bleek al snel incorrect, al 2 jaar later corrigeerde de Franse zoöloog Brisson deze indeling en verhuisde de sperwer naar het juiste geslacht, de Accipter.
Tegenwoordig worden er 11 ondersoorten erkend:

  • Accipiter nisus dementjevi
  • Accipiter nisus granti
  • Accipiter nisus hibernicus
  • Accipiter nisus melaschistos
  • Accipiter nisus nisosimilis
  • Accipiter nisus nisus
  • Accipiter nisus optimi
  • Accipiter nisus peregrinoides
  • Accipiter nisus punicus
  • Accipiter nisus salamancae
  • Accipiter nisus wolterstorffi

In het Nederlands is alleen de naam sperwer in gebruik, in het Engels is dat wel anders, daar hebben ze maar liefst de volgende 10 namen voor deze fraaie roofvogel: Common Sparrowhawk, Eurasian sparrow hawk, European Sparrow Hawk, Northern Sparrow Hawk, Sparrow hawk, Blue Hawk, Hedge Hawk, Spar Hawk, Spur Hawk and Stone Falcon.
Wel hebben wij nog een aparte naam voor het mannetje, deze wordt Musket genoemd. Dit terwijl mannetjesroofvogels normaal tarsels genoemd worden. Tarsel is oorspronkelijk echter alleen de naam van de mannelijke slechtvalk.

Over mannetje en vrouwtjes gesproken, het wijf is bij de sperwer haast een kwart groter dan de man, mannetjes (musketten dus), zijn gemiddeld 32 cm groot, wijfjes bijna 40 cm.
Het leefgebied is zeer groot, van Zweden tot aan het oosten van Rusland en zuidelijk van Portugal tot ver in Azië tot aan Japan aan toe. Het meest leven sperwers in en rond naaldbossen, maar steeds vaker ook in en rond steden en dorpen. Zelfs in stadsparken en tuinen worden ze steeds vaker gezien, zeker als de winter nadert.

Bijna elke roofvogel heeft één of twee specifieke jachtmethodes, de sperwer pakt het anders aan, hij gebruikt zo'n beetje alle bekende methoden om prooien te vangen. Hij verrast prooien vanuit een stilzittende positie, hij jaagt in (korte) achtervolgingsvlucht, hij valt prooien aan vanaf zeer grote hoogte met een zogenaamde stootduik, hij sluipt over de grond voor een verrassingsaanval en hij wacht prooien op langs de vaste routes die die nemen.

Het mannetje jaagt vooral op kleine vogels, mezen, mussen, vinken en spreeuwen. Het wijfje pakt ook merels, lijsters, tortelduiven en zelfs houtduiven. Postduiven, blijken maar een zeer klein deel van het menu te vormen, minder dan 1% zelfs, dit in tegenstelling van wat veel duivenhouders denken.
De zeer sterke klauwen zijn het eerste wapen, indien nodig zorgt de snavel voor de rest. Bijna alle prooien worden zorgvuldig geplukt en in stukjes opgegeten.
In de schemering worden zelf soms vleermuizen geslagen, terwijl die toch extreem snel en wendbaar zijn. Onverteerbare delen worden uitgescheiden in de vorm van kleine braakballen.

Sperwermannetjes maken van takken een fors nest, hoog in een boom. Het wijf legt meestal 5 eieren per legsel. Ze broedt deze zelf uit in krap 5 weken. Het mannetje brengt haar al die tijd voedsel, zij gaat slechts af en toe het nest af om even de vleugels te strekken en om zich te ontlasten.
De jongen krijgen vaak en veel te eten en vliegen uit als ze nog geen maand oud zijn. Voor vogels van dit formaat is dat bijzonder snel.

De broedtijd is een zeer zware tijd voor de vogels, het succes van het legsel hangt vooral af van de vraag of de ouders zelf genoeg kunnen eten en op gewicht blijven, anders zouden hun zware taak niet volhouden. Jonge sperwers eten veel meer dan een volwassen exemplaar normaal doet.
In het wild wordt een sperwer gemiddeld slechts 4 jaar oud.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.