allevogels


advertentieruimte

Bubo scandiacus

Sneeuwuil - Bubo scandiacus - Snowy Owl

De sneeuwuil is in 1758 voor het eerst beschreven door Carolus Linné, beter bekend als Linnaeus. Hij deelde de vogel in als enige soort in het geslacht Nyctea. Vele jaren later, pas in 1975, ontdekte de Franse paleontholoog Mourer-Chauviré dat er nog een ondersoort bestaan heeft, de Bubo scandiacus gallicus, die echter helaas al is uitgestorven.
Zeer recent, in 2002, is door DNA-onderzoek vast komen te staan dat de soort toch behoort tot het geslacht Bubo, de zogenaamde ooruilen. Vandaar dat de naam nu Bubo scandiacus is.

Deze overwegend witte uilen zijn bijna net zo groot als de Oehoe, ruim 60 cm. De tarsel (de man) is geheel wit en het wijf is wit met donkergrijze tot zwarte vlekken.
Sneeuwuilen komen voor in verschillende landen rond de Noordpool, van Groenland en Canada tot het noorden van Scandinavië en Rusland. Ze leven daar op en rond berghellingen aan de randen van de kale besneeuwde open vlaktes, de toendra's. Dankzij hun grote vleugels kunnen ze zeer goed zweven, dus vliegen zonder al te veel energie te verbruiken.

Het verenpak van de sneeuwuil is volledig aangepast aan de extreme koude in zijn leefgebied. De veren zijn lang en hebben zo goed als holle schachten en vormen een luchtdichte laag om de vogel heen. Ook de poten zijn beschermd met veren en zelfs de snavel is zo goed als ingepakt. Onder de dekveren draagt deze uil dan ook nog eens een dichte donslaag.

Lemmingen, een muizensoort die meer op hamsters lijkt, vormen het hoofdvoedsel voor de sneeuwuil. Lemmingen komen in het voorjaar en in de zomer in zeer grote aantallen voor en om te zorgen dat de sneeuwuil het hele jaar te eten heeft, legt hij fikse voorraden aan van deze prooidieren. Daarnaast eet de sneeuwuil ook andere knaagdieren en vogels. Zelfs de razendsnelle en ook witte poolhaas is niet veilig voor een sneeuwuil met hongerige jongen. In tijden van echte voedselschaarste kan deze uil dan ook nog eens gerust een maand zonder eten.
De prooien worden overdag gevangen met een korte stootvlucht en gedood met de zeer sterke klauwen. Het verrassingselement is zijn belangrijkste wapen bij de jacht, ook deze uil kan geheel geruisloos vliegen dankzij de speciale veerstructuur.

In het voorjaar vormen zich ieder jaar nieuwe koppels die een geschikte nestplaats op de grond uitzoeken. Ze krabben een simpel kuiltje in de grond en hooguit wat veren vormen het nestmateriaal. Het wijf legt gemiddeld 7 eieren per legsel. Terwijl zij broedt, zorgt de tarsel voor voedsel. Na ruim 30 dagen komen de eieren uit en de jongen zien er dan uit als grijze bolletjes dons. Ze worden vaak en veel door beide ouders gevoerd en groeien in krap 4 weken uit tot echte uilskuikens (zie foto op onze fotopagina). Alle dieren zijn mooi, maar jonge uilen zien er toch echt een beetje dom uit. :-)
Als de jongen eenmaal goed kunnen vliegen, trekken de uilen samen een paar honderd kilometer naar het zuiden waar meer voedsel te vinden is als de winter in het poolgebied invalt. Een enkele keer zwerven ze zo ver dat ze in Nederland en Duitsland gezien worden.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.