allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Sagittarius serpentarius

Secretarisvogel - Sagittarius serpentarius - Secretarybird

De secretarisvogel is voor het eerst wetenschappelijk beschreven door de Engelsman Miller, in 1779. De naamgeving en de voorouders van deze forse roofvogel hebben wetenschappers heel lang beziggehouden. Sommigen denken dat de vogel afstamt van een prehistorische soort; de Eremopezus eocaenus, een rover met een uiterlijk tussen de struisvogels en de trappen. Anderen twijfelen of deze soort zelfs wel bestaan heeft.
Ook over de oorsprong van de naam is discussie, een groep denkt dat sagitarius slaat op het sterrenbeeld boogschutter, anderen denken dat de pijlvormige veren hier aan ten grondslag liggen. De soortnaam serpentarius zou duiden op zijn voornaamste prooien, slangen, maar ook weer wordt gedacht aan het sterrenbeeld Ophiuchus, dat vroeger Serpentarius (slangendrager) heette.

In elk geval is de secretarisvogel een heel andere roofvogel dan waar we aan denken bij dat woord. Hij kan wel vliegen maar gedraagt zich toch voornamelijk als loopvogel. Hij is rond de 125 cm hoog en heeft zeer lange poten. Die poten zijn ook meteen zijn belangrijkste wapens. Ze zijn zo sterk, dat ze zelfs grote zoogdieren ernstig kunnen verwonden, ook een prima verdedigingswapen dus.
Toch is de belangrijkste taak van die poten het vangen van prooien. Met een paar flinke tikken verdooft hij deze en met zijn snavel doodt hij. Giftige slangen tot een meter groot stampt hij vaak eerst dood en eet hij in hun geheel op, grote reptielen met poten ontleedt hij eerst met zijn snavel.
Naast slangen eet hij ook vogels, kleine en middelgrote zoogdieren, insecten, krabben en vogeleieren.
Secretarisvogels jagen vaak prooien op door op de beplanting te slaan met hun poten, ook maken ze gebruik van grote grasbranden, door de vluchtende dieren op te wachten.

Secretarisvogels leven gewoonlijk in paren of kleine groepen, ze jagen vaak ook in groepjes. Ze trekken door de grote graslanden van Sudan en Zuid-Afrika de prooidieren achterna. In tijden van droogte kunnen ze een gebied van vele honderden kilometers als hun jachtgebied beschouwen, soortgenoten dienen daar weg te blijven. De vogels slapen in bomen.

Er is maar weinig zichtbaar verschil tussen de geslachten, mannetjes hebben wat langere kuifveren en staartveren. Jonge dieren en volwassen dieren zijn uit elkaar te houden door de kleur van de kale huid rond de ogen, die is bij jongen geel, bij volwassen dieren rood.

Hoewel ze bijna constant op de grond leven, nestelen secretarisvogels wel in bomen, meestal in acacia's. Ze nemen daar nogal ruim de tijd voor, al maanden voor het daadwerkelijk broeden, bezoeken ze de beoogde boom regelmatig om te kijken of het een veilige plek is. Als het tijd is, bouwt een koppel samen een reusachtig nest, vaak wel meer dan twee meter in doorsnee.
Een legsel bestaat gewoonlijk uit drie eieren en vreemd genoeg is het derde ei opvallend vaak onbevrucht. Het vrouwtje broedt de eieren in ruim 6 weken uit en beide ouders voeren dan de jongen met voorverteerd vloeibaar voedsel vanuit hun krop.
Het jong dat het snelst groeit, heeft de meeste overlevingskans, maar al te vaak verhongert het iets kleinere jong na een paar weken. De ouders voeren bijna 10 weken door voor het overgebleven jong uitvliegt. Uitvliegen is hier niet helemaal het juiste woord, meestal springt een jong gewoon uit het nest en kukelt het 5 meter naar beneden. Vliegen komt later wel, eerst moet het leren zelf voedsel te vangen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.