allevogels


advertentieruimte

Limosa lapponica

Rosse grutto - Limosa lapponica - Bar-tailed godwit

De rosse grutto is een van de 93 leden van de familie Strandlopers en Snippen (Scolopacidae) en een van de vier soorten binnen het geslacht Limosa. Er zijn 4 ondersoorten beschreven:

  • Limosa lapponica lapponica
  • Limosa lapponica taymyrensis
  • Limosa lapponica baueri
  • Limosa lapponica anadyrensis
  • Limosa lapponica menzbieri
De rosse grutto is het meest verwant aan de "gewone"grutto (Limosa limosa).

Deze fraaie strandlopersoort leeft 'zomers in het noorden van Noord-Amerika, in Scandinavië, Finland, Rusland en Siberië. In de winter leven de vogels gemiddeld zo'n vier- tot vijfduizend kilometer zuidelijker, het zijn dan ook trekvogels in de best denkbare vorm. De vogels die in Noord-Amerika leven, trekken zelfs naar Nieuw-Zeeland, een afstand van meer dan 10.00 kilometer! De meer oostelijke populaties vliegen naar West-Afrika.
Als tussenstop wordt door de laatste groepen heel vaak de Nederlandse Waddenzee gebruikt, op en rond de eilanden en aan de noordelijke kust vormen zich dan enorme groepen. Ze eten hier hun buiken weer vol voor ze verder trekken naar hun overwinteringsgebieden.

Zeker in winterkleed lijkt de Rosse grutto heel veel op de "gewone" grutto, in de zomer is het verschil veel duidelijker, speciaal bij de mannetjes. Die zijn dan veel roder dan onze eigen grutto's. Bij vrouwtjes is het het hele jaar wat lastiger maar er zijn wel zichtbare verschillen.
Rosse grutto's zijn wat kleiner en de snavel wipt een kleine beetje op, waar de grutto een kaarsrechte snavel heeft. Rosse grutto's broeden hier ook niet of slechts sporadisch. Ook de habitat kan helpen bij determinatie, grutto's zoeken vaak graslanden op, de rosse grutto blijft in de buurt van kustwater.

Het voedsel bestaat uit zeepieren en allerlei andere bodemdiertjes die ze zoeken in slib en in ondiep water. In de broedtijd eten ze ook landinsecten en wat plantendelen.

Broeden doen rosse grutto's op de grond, in een eenvoudig kuiltje in gras of mos. Een legsel bestaat normaliter uit 4 eieren. Beide ouders broeden deze om beurten in 3 weken uit. De jongen zijn nestvlieders en grijsbruin gevlekt, een uitstekende schutkleur. De ouders voeren en beschermen ze ongeveer een maand, dan al kunnen de jongen vliegen en moeten ze voor zichzelf zorgen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.