allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Terpsiphone mutata

Madagaskar paradijsvliegenvanger - Terpsiphone mutata - Madagascar Paradise Flycatcher

De Madagaskar paradijsvliegenvanger, ook wel Madagaskar paradijsmonarch genoemd, is een van de 16 soorten vliegenvangers binnen het geslacht Terpsiphone. Deze vogels leven in Afrika en in het zuiden van Azië. De Madagaskar paradijsvliegenvanger komt alleen voor op Madagaskar en op de Comoren, een paar kleine eilanden ten noordwesten van Madagaskar. De nominaatvorm komt voor op Madagaskar zelf, net als de mutata singreta. De mutata pretiosa leeft op een klein eilandje in de Stille Oceaan en de 3 andere ondersoorten, de anjouan, de comorensis en de voeltzkowiana leven op de Comoren.

Helaas worden deze vogels op Madagaskar zelf ernstig bedreigd in hun voortbestaan. Deels door predatie door ratten (die kwamen tot een paar eeuwen geleden niet voor daar) maar zeker ook door de massale ontbossing, er is nog maar zo'n 10 procent van de oorspronkelijke hoeveelheid tropisch bos over (schatting 2016).

Bij deze vliegenvanger is het verschil tussen man en pop overduidelijk te zien, de man is blauwgrijs, heeft een lichte buik en zwart kopje, de pop is roodbruin en alleen de bovenkant van de kop is zwart. Beide geslachten hebben wel de prachtig helderblauwe oogring.
De man heeft een staart die net zo lang is zijn lichaam, zo'n 18 cm. Bij de pop is de staart ongeveer twee derde van haar lichaamslengte.
Paradijsvliegenvangers kunnen bijzonder fraai zingen en onderzoekers hebben ontdekt dat de vogels hun zang aanpassen aan hun leefomgeving. In vochtige laaggelegen streken zingen de vogels lager dan de soortgenoten die in hogere gebieden leven. Waarom dit is, is nog een mysterie.

Het zijn echte insecteneters, ze eten vooral kleine vliegende insecten en de larven daarvan, kevertjes en mieren. Ze hebben een bijzonder handige truc ontwikkeld om aan voedsel te komen. Ze mengen zich vaak met groepen Vanga's, andere inheemse vogels. Die jagen nogal wild in groepen op prooien en tijdens dat jagen weten veel insecten net op tijd te ontsnappen. De paradijsvliegenvangers hebben ontdekt dat juist die insecten dan even niet op hun hoede zijn en dat ze daardoor veel gemakkelijker te vangen zijn.

Om te broeden metselen deze vogels van mossen, gras, mest en modder een klein kommetje dat ze stevig op een tak bevestigen. Het nest is zo klein dat de volwassen vogel er lang niet helemaal in past, de pop zit er meer op dan in, zoals op de fotopagina ook te zien is op de supermooie foto van Arnout de vries (van o.a. www.ploceidae.eu).

Een legsel bestaat meestal uit 3 eitjes, waar ook nog wat bijzonders mee aan de hand is. De vogels schijnen te weten dat jongen aan het begin van het seizoen grote kans hebben dat er voldoende voedsel voorhanden is. De eitjes hoeven dan niet heel groot te zijn, de jongen "redden het toch wel".
Legsels die vlak voor het eind van de regentijd gelegd worden, zijn beduidend zwaarder. De jongen daar uit, moeten al wat forser en sterker zijn omdat er een kans is dat er wat minder insecten te vinden zijn. Volgens mij weer een geweldig voorbeeld van hoe de natuur zaken regelt.

De pop broedt de eitjes uit en beide ouders voeren de jongen daarna. Zodra er jongen zijn gaat de man wel af en toe op het nest om de jongen warm te houden of uit het zicht van rovers te houden. Heel vaak zijn jongen van het vorig broedseizoen in de buurt gebleven, zij helpen dan met voeren van de nieuwe lichting.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.