allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Gypaetus barbatus

Lammergier - Gypaetus barbatus - Lammergeyer or Bearded Vulture

De lammergier wordt ook wel baardgier genoemd, dit is omdat hij als enige gier ook veren rond zijn snavel en hals heeft. De naam lammergier is ontstaan toen mensen dachten dat deze gier lammeren pakte als prooi.
Het is een zeer grote vogel, van kop tot staart meet hij 110 cm maar vooral de spanwijdte is indrukwekkend, die kan wel 280 cm bedragen. Ondanks dat formaat weegt de lammergier toch slechts 5 tot 6 kilo. Met zijn enorme vleugeloppervlak kan hij urenlang zweven op de thermiek tussen de bergen, zonder ook maar een enkele vleugelslag. Zijn techniek is zo verfijnd dat hij ook opstijgt zonder al te veel inspanning. Hij gooit zich simpelweg een stukje omhoog op een rots of bergrand en de warme lucht doet de rest.

De Zweeds arts, plantkundige, zoöloog en geoloog Carl Linnaeus beschreef in 1758 de nominaatvorm barbatus barbatus als eerste. Hij vond deze vogels in en rond de Alpen en de Pyreneeën. Later zijn er nog ondersoorten beschreven, te weten:

  • in 1783 beschreef Hablizl de Gypaetus barbatus aureus met als leefgebied het westen van Tian Shan, een bergketen in Centraal-Azië.
  • Veel later, in 1838 werd de Gypaetus barbatus hemachalanus beschreven door Hutton. Deze ondersoort leeft in verschillende landen rond Tian Shan, hoger dan de aureus.
  • in 1840 de Gypaetus barbatus meridionalis door Keyserling & Blasius, gevonden in Egypte.
  • en in 1874 de Gypaetus barbatus altaicus door Sharpe. Deze leeft hoog in andere bergen van centraal Azië en is groter en lichter van kleur dan de nominaat.

Een lammergier kan zeer hoog zweven en vanuit die perfecte uitkijkpost kan hij zijn voedsel vinden. Hij zoekt daarbij naar andere gieren. Gieren die het laatste vlees van karkassen eten zijn voor de lammergier het teken dat er iets te halen valt. Hij eet namelijk geen vlees maar heeft het voorzien op de botten die andere dieren overlaten. Hij leeft van de inhoud van de botten, het merg. Dat bevat zeer voedzaam eiwit en is tevens een perfecte bron van kalk.
Kleine botten slikt hij in z'n geheel in, grotere neemt hij mee de lucht in en laat ze vallen op vlakke rotsen. De brokstukken tot een formaat van wel 14 cm slikt hij ook weer in hun geheel in. Het maagsap van de lammergier breekt het bot razendsnel af waarna de voedingsstoffen opgenomen kunnen worden.
Het verhaal van de lammeren mag dan ook tot het rijk der fabelen verwezen worden, lammergieren eten geen vlees en al zeker geen levend vlees.

Niet alleen wat voedsel betreft is de lammergier anders dan andere vogels, ook rond het nest is iets bijzonders aan de hand. In een natuurlijke holte hoog in een bergwand bekleden ze een ruimte met takken, plukken mos maar ook stukken vacht die ze van kadavers scheuren. Zo ontstaat niet alleen een veilig nest maar tegelijk een prima slaapplek Deze grote roofvogels gebruiken namelijk het hele jaar het nest als slaapplaats, niet alleen in de broedtijd.

Midden in de winter legt het wijf een enkel ei, dat ze ruim 2 maanden bebroedt. Op het moment dat het ei uitkomt, begint juist het voorjaar, waardoor er voedsel in overvloed is om het jong te voeden. Het wijf voert en de tarsel brengt haar het al voorverteerde voer.
Het jong begint te lopen als het 3 maanden oud is en twee weken later leert het vliegen.

In de Europese gebergten leefden vroeger veel lammergieren, maar vooral door jacht waren ze zo goed als uitgestorven in het begin van de 20e eeuw. Onder leiding van de Zwitser Hans Frey is met een zeer goed opgezet fokprogramma het toch weer gelukt deze machtige vogels weer in vrijheid te zien zweven. Tot 2010 zijn al ruim 170 lammergieren vrijgelaten.
Meer informatie over dit project vindt u op deze site.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.