allevogels


advertentieruimte

Kuifcaracara Polyborus plancus

Kuifcaracara - Polyborus plancus - Crested Caracara

Hij lijkt er niet op, hij gedraagt zich totaal anders, maar toch behoort de kuifcaracara tot de familie van de valken. Hij leeft in het zuiden van Noord-Amerika, in Centraal-Amerika en in het noordelijk deel van Zuid-Amerika. Deze caracara is rond de 60 cm groot en heeft een spanwijdte van maar liefst 120 cm. Anders dan veel roofvogels maakt hij nauwelijks gebruik van thermiek, hij zweeft niet maar vliegt echt.

Kuifcaracara's leven meestal per koppel en houden er een ruim territorium op na. Op wat bomen en struiken na om zich terug te trekken zijn het meestal open vlaktes waar ze de dienst uitmaken. Ze lopen met hun grote sterke poten vaak op de grond op zoek naar voedsel. Ze eten zo ongeveer alles, ze zoeken onder stenen en stukken hout naar insecten en reptielen, ze vangen alle soorten kleine zoogdieren en vogels. Ze schrikken er niet voor terug voedsel af te pakken van soortgenoten of andere rovers, ook rovers die veel groter zijn dan zijzelf. Tot slot eten ze ook aas, kadavers van grote grazers en zelfs aangespoelde vissen.

Een koppel houdt contact door middel van schrapende, haast grommende geluiden. Hierbij wordt de kop vaak achterover gehouden, soms zelfs zover dat die helemaal op z'n kop zit. Ook maken ze een opvallend klepperend geluid ter onderlinge communicatie. Het lijkt een beetje op het geluid van ooievaars.

Zodra het broedseizoen aanbreekt voeren de mannen hoog in de lucht schijngevechten uit aan de randen hun territoria. Hoewel dit met veel geweld gepaard lijkt te gaan, vallen er maar zelden doden of gewonden. De poten worden hierbij als vervaarlijk wapen gebruikt, soms rollen 2 vogels met de poten in elkaar geklauwd vele meters naar beneden, maar vlak voordat ze de grond zouden raken, gaan ze beide hun eigen weg. Een beslist oorverdovend kabaal begeleidt dit ritueel.

Als een koppel een geschikte boom gevonden heeft voor een nest, vaak een palmboom, bouwen beide vogels een nest van takken en veren, dat ze aansmeren met hun eigen mest en modder. De pop legt 2 of 3 eieren die door beide ouders om beurten vier weken bebroed worden. De jongen worden gevoerd met zeer gevarieerde prooien, kleine krijgen ze in hun geheel, grotere worden op de rand van nest in stukjes gescheurd. De jongen blijven ruim 6 weken in het nest, waar ze dan ook nog vanaf de rand vliegles krijgen van de ouders. Hun eerste levende prooien bestaan meestal uit insecten en wormen, die de ouders voor ze zoeken en blootleggen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.