allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Turdus iliacus

Koperwiek - Turdus iliacus - Redwing

De koperwiek is een vogel die bij ons alleen in de winter voorkomt. De rest van het jaar leeft hij een stuk noordelijker, van het uiterste noorden van Schotland via IJsland tot in Lapland en Rusland. Er zijn ook regelmatig meldingen van koperwieken die afgedwaald zijn tot in Canada en Noord-Amerika.

Het is een lijsterachtige (Turdidae) van rond de 23 cm groot en het meest opvallende kenmerk is wel de oranjerode flankkleur waar hij ook zijn naam aan dankt. De namen in het Nederlands wiek en in het Engels Wing zijn echter toch wat merkwaardig gekozen, het zijn namelijk niet de wieken (vleugels) die koperkleurig zijn, maar de flanken net onder de vleugels. De wetenschappelijke soortnaam iliacus is wel afgeleid van de flankkleur, "ile" betekent flank.

In 1758 beschreef Linnaeus in zijn werk Systema naturae deze fraaie wintergast. In 1901 ontdekte Richard Bowdler Sharpe een iets grotere en wat donkerder ondersoort, die Turdus iliacus coburni genoemd is. Deze ondersoort leeft over het algemeen meer westelijk.
Mannetjes koperwieken kunnen een fraaie zang voortbrengen die bestaat uit korte riedeltjes afgewisseld met een lange fluittoon. Uiterlijk is er geen verschil tussen man en pop.

Koperwieken zijn echte omnivoren, ze eten wat er voorhanden is maar in de lente en zomer hebben ze wel een duidelijke voorkeur voor dierlijk voedsel. Ze eten wormen, slakken en bodeminsecten en daarnaast bessen, vooral die van de lijsterbes en de meidoorn. In de winter zoeken ze net als merels en andere lijsters vaak voedsel onder afgevallen blad. De afgevallen vruchten en weggekropen insecten vormen dan een groot deel van het menu.

De koperwiek is normaal een vogel die in grote groepen leeft, in de broedtijd echter scheiden koppels zich af om een rustig plekje voor een nest te vinden. Ze bouwen hun nest vaak laag bij of zelfs op de grond. Ze trekken zover mogelijk naar het noorden, vaak zelfs voorbij de boomgrens in hoge gebieden. Een stuk dicht struikgewas of wat stevig hoog gras voldoet dan als nestplaats.
Een legsel bestaat gemiddeld uit 5 eieren, die beide vogels om beurten bebroeden. Na 13 dagen komen de eieren uit en de jongen worden zeer vaak gevoerd met bijna uitsluitend dierlijk voedsel. Ze groeien snel en vliegen uit als ze net 2 weken oud zijn. Na nog eens 2 weken worden ze geacht zelfstandig te zijn, de ouders stoppen dan al met voeren.

Koperwieken eten vaak onrijpe bessen, lang voordat andere lijsters ze lusten. Men vermoedt dat dit te maken heeft met de hoge zuurgraad van onrijpe bessen. Veel koperwieken zijn namelijk geïnfecteerd met parasieten die overgebracht zijn door de grondinsecten die ze eten. Het hoge zuurgehalte in de bessen zou de parasieten verdrijven of "in toom houden".

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.