allevogels


advertentieruimte

Cygnus bewickii

Kleine Zwaan - Cygnus bewickii - Tundra Swan

De Kleine zwaan, ook wel toendrazwaan genoemd, lijkt veel op de wilde zwaan (Cygnus cygnu), hij is echter een stuk kleiner en het geel op de snavel is ook een stuk minder uitgebreid. Waar wilde zwanen wel 150 cm groot zijn, blijft de kleine zwaan steken op zo'n 120 cm. Ze zijn wel sterk verwant aan elkaar. Kleine zwanen hebben een wat gevarieerder stemgeluid, wat muzikaler zelfs. Een merkwaardig feit; het geel op de snavel bestaat uit onbevederde washuid en is bij elke kleine zwaan net wat anders. Voor veldonderzoek is het zelfs te gebruiken als idenficatie.

Kleine zwanen zijn in ons land alleen wintergasten, ze leven zomers in het noordoosten van Rusland, op uitgestrekte toendra's in de buurt van meren en rivieren. De winter brengen ze door in West-Europa, op uitgestrekte weilanden in veengebieden en op en rond de grote plassen. Soms trekken ze nog verder zuidelijk, tot Centraal Afrika. Het gras op de veenweiden is uitstekend energierijk voedsel voor de kleine zwanen. Het vormt dan ook het hoofdvoedsel voor deze fraaie vogels.
Naast gras eten ze ook andere planten, in hun zomerleefgebied vooral veel mossen, hier vaak waterplanten en tot ongenoegen van landbouwers ook vaak landbouwgewassen als bieten.

Zoals gezegd leven kleine zwanen zomers in Rusland, daar broeden ze ook. Ze maken van allerlei plantaardig materiaal hoge, forse nesten op kleine eilandjes. De vogels gebruiken hun eigen donsveren om de nestkom te bekleden. Het vrouwtje legt per legsel gemiddeld 4 eieren, die vreemd genoeg in het vroege voorjaar lichter van kleur zijn dan die van nesten die later in de zomer gelegd worden. De man broedt niet mee, maar beschermt het nest en zijn vrouwtje met verve.

De broedduur is ruim 30 dagen en de jongen zijn nestvlieders, ze kunnen vrijwel direct lopen en zwemmen. Beide ouders voeren ze met vooral zachte waterplanten. Gras volgt pas na 2 weken, dat is lastiger verteerbaar voor de kleine zwaantjes. Als de jongen ruim 2 maanden oud zijn, leren ze vliegen. De jongen gaan mee op de grote trek en blijven dan ook in de overwinteringsgebieden bij de ouders. Tijdens het volgende broedseizoen leven jonge kleine zwanen in grote groepen, bij de trek voegen ze zich vaak weer bij hun ouders. In hun 4e levensjaar zoeken ze zelf een partner die ze hun hele leven trouw blijven.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.