allevogels


advertentieruimte

Falco naumanni

Kleine Torenvalk - Falco naumanni - Lesser Kestrel

DNA-onderzoek heeft aangetoond dat valken een aparte groep vormen binnen de vogelwereld, die als groep meer verwant is aan papegaaiachtigen dan aan roofvogels.
Er zijn 65 soorten valken beschreven waarvan 39 in het geslacht Falco. Alle soorten hebben onbevederde poten en lange spits toelopende vleugels.

De kleine torenvalk is het kleinere neefje van de Torenvalk (Falco tinnunculus). De soort is voor het eerst beschreven in 1818 door Ernest Fleischer en door hem als eerbetoon vernoemd naar de Duitse landbouwer en vogelkenner Naumann, schrijver van vele vogelboeken.
Vooral bij de wijfjes is er echter maar een heel klein verschil in grootte met de "gewone torenvalk". Wijfjes van de kleine torenvalk worden rond de 32 cm groot, de "gewone" 34 cm. De tarsels (de mannetjes) zijn bij beide soorten 2 a 3 cm kleiner dan de wijfjes. De kleine torenvalk is wat minder gevlekt dan de gewone, vooral de rug is nagenoeg effen, hooguit wat fijnbestreept. De tarsels hebben een bijna roze buik, waar die bij de wijfjes veel bleker is. De pootkleur van beide geslachten kan variëren van geel naar oranje.

Kleine torenvalken komen voor in geheel Europa, in het noorden van Afrika en het hele noorden van Azië tot aan de Beringzee aan toe. In Nederland komen ze enkel als dwaalgast voor, vermoedelijk worden ze niet getolereerd door de veel meer voorkomende torenvalken die hier leven. Het zijn trekvogels, ze brengen de winter door in Afrika, in landen net onder de Sahara.
Het leefgebied bestaat uit licht beboste en open gebieden met graslanden, ook landbouwgebieden. De vogels slapen in groepen in bomen.

Kleine torenvalken zijn zeer sociale vogels, ze leven in groepen van soms wel meer dan 100 dieren. Ze jagen zelfs in groepen. Ze jagen voornamelijk op grote insecten als sprinkhanen, krekels en torren. In de jaargetijden dat die prooien minder voorkomen, eten ze ook reptielen en kleine knaagdieren.
Het zijn uitstekend vliegers die vrijwel geruisloos kunnen vliegen. Daarnaast hebben ze zeer goede ogen, zodat ze hun (vaak toch wat kleine) prooien al van een afstand kunnen zien. Ze verrassen de prooi meestal met een duikvlucht waarbij de scherpe klauwen als eerste aanvalswapen gebruikt worden. Met de snavel doden ze de wat grotere prooien.

Deze torenvalkjes broeden op rotswanden en in oude bomen. Ze maken geen nest maar schrapen met hun poten slechts een kuiltje, net diep genoeg om de eieren niet te laten wegrollen. Ook het broeden doen de vogels in groepen, vaak zijn er meer dan 100 nesten vlak bij elkaar op een enkele richel.
Het wijfje legt gemiddeld 5 eieren per legsel en ze begint te broeden als het derde ei gelegd is. Na ruim 4 weken komen de eieren uit, meestal 3 of 4 op dezelfde dag. De jongen die 1 of meer dagen later geboren worden, overleven het meestal niet vanwege de harde strijd om voedsel. Beide oudervogels voeren de jongen ongeveer 25 dagen op het nest, dan al moeten de jongen uitvliegen en snel zelf voedsel vinden.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.