allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Acrocephalus scirpaceus

Kleine Karekiet - Acrocephalus scirpaceus - Reed Warbler

De kleine karekiet is een zangvogeltje uit de familie Sylviidae. Hij is ongeveer 13 cm groot en lijkt sprekend op de bosrietzanger (Acrocephalus palustris). Zo sprekend zelfs, dat ze niet uit elkaar te houden zijn op uiterlijk. Er zijn wat minieme verschillen; de bosrietzanger heeft kortere tenen dan kleine karekieten en de lengte van de slagpennen die onder de tertials uitsteekt verschilt. Dit is eigenlijk alleen door zorgvuldig meten waar te nemen. Ook is de zang van de karekiet wat eentoniger, maar er zijn toch ook weer exemplaren met een wat uitgebreider repertoire.

Kleine karekieten komen in de lente en zomer in Europa voor, in de koude jaargetijden leven ze in Afrika. Er zijn twee ondersoorten: de Acrocephalus scirpaceus is van boven warmbruin met een zweem van roodbruin, vooral op de stuit. Hij is crème-wit van onderen en heeft een zandkleurige zweem op borst en buik.
De Acrocephalus fuscus is iets meer grijsbruin dan de nominaatvorm en minder roodbruin. De borst en buik zijn iets witter.

De kleine karekieten uit West-Europa trekken over het smalle deel van de Middellandse zee naar het zuiden, de meer Oost-Europese vliegen naar het zuidoosten en overwinteren in het oosten van Afrika. Eenmaal in Afrika aangekomen, leven ze in tropische en subtropische bossen, daar eten ze naast insecten ook bessen en bloemen.

Kleine karekieten leven in streken met veel water en vooral, veel rietkragen. Ze zoeken tussen het riet naar insecten, vooral vliegende insecten worden veel gegeten.

Ook het nest wordt gebouwd in het riet. Het mannetje zoekt een geschikte plek, een paar dicht op elkaar staande stengels is al snel een prima plek. Dan lokt hij een vrouwtje door zich zo hard als hij kan te laten horen. Als een vrouwtje hem èn de nestplek goedkeurt, beginnen ze samen aan de nestbouw. Tussen de verticale rietstengels bouwen ze van gras en bladeren een soort etage. Daarom maken ze een diep komvormig nestje dat ze van binnen bekleden met dierenharen, spinnenweb en veertjes.

Het popje legt 4 of 5 lichtgroene, gevlekte eitjes die man en pop om beurten bebroeden, zo'n 12 dagen lang. Zodra de jongen uitkomen, gaan de ouders op zoek naar larven van zaagrupswespen, die net in die periode veelvuldig voorkomen in bomen langs het water (toeval bestaat niet...). De rupsjes van deze wesp zijn zeer voedzaam, want al met 10 dagen verlaten de jongen het nest. Het is alleen nog niet echt uitvliegen te noemen, ze leren pas in de eerste week buiten het nest echt vliegen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.