allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Cereopsis novaehollandiae

Hoendergans - Cereopsis novaehollandiae - Cape Barren Goose

De hoendergans is een vrij grote gans die leeft in het zuidoosten van Australië, voornamelijk op kleine eilanden. De Engelse naam Cape Barren Goose gaven de eerste kolonisten omdat ze deze vogels op dat eiland als eerste zagen. De eerste soortbeschrijving is van Latham en stamt uit 1801.
In 1818 ontdekte Vieillot dat er ook een kleinere kolonie een stuk westelijker leefde, rond de Recherge eilandengroep, deze werd als ondersoort aangemerkt met de naam Cereopsis novaehollandiae grisea. Deze dieren zijn wat forser en vooral grijzer. In het Engels kregen ook deze dieren de naam van de eilandengroep waar ze leefden, alleen dan dubbelop, met de naam van de nominaat er ook nog in; de naam werd dus Recherche Cape Barren Goose. De gans op de tweede foto op onze fotopagina zou heel goed de ondersoort gricea kunnen zijn.
Door de mens is de hoendergans ook in Nieuw Zeeland geïntroduceerd.

De geslachtsnaam Cereopsis is opgebouwd uit het Latijnse woord Cere, dat "was" betekent en het Griekse woord opsis, wat te vertalen valt als "achtig" , wasachtig dus. Dat slaat op de snavel, die inderdaad haast bedekt lijkt met een laagje groengele was.

Hoenderganzen zijn rond de 80 tot 90 cm groot, de mannetjes zijn wat forser dan de vrouwtjes. Mannetjes kunnen een sissend geluid voortbrengen, vrouwtjes maken een laag geluid dat soms omschreven wordt als lijkend op knorrende varkens.

De poten van de hoendergans zijn anders dan die van alle andere ganzen, de zwemvliezen tussen de tenen zijn nauwelijks ontwikkeld. Dat heeft natuurlijk een goede reden, de vogels zwemmen namelijk bijna nooit, ze voelen zich veel meer thuis op droog grasland. Ze kunnen dan ook beter en harder lopen dan alle andere eendachtige.
Omdat ze op eilandjes leven, komen ze toch vaak in aanraking met water, ook met zout water. Het spijsverteringskanaal van deze vogels is zo aangepast dat ze zelfs zout water als drinkwater kunnen gebruiken, een bijzonder nuttige eigenschap in verder gortdroge gebieden. Ze eten voornamelijk gras en graszaden en soms andere plantendelen. Ze grazen in grote groepen en kunnen leven van zeer korte grassen.

In de broedtijd vormen zich elk jaar nieuwe koppels, deze scheiden zich af van de leefgroep en zoeken een rustige plek om een nest te maken. Anders dan bij alle andere ganzensoorten, het koppel bouwt samen een nest. Bij andere ganzen bouwt alleen het vrouwtje. Het nest wordt gemaakt van grassen en bekleed met de eigen donsveren.
Na diverse paringen waarbij sprake is van echte penetratie (ganzen hebben een penis), legt het vrouwtje in de loop van 10 dagen gemiddeld 6 eieren. De man broedt niet maar beschermt het nest, indien nodig extreem fel en agressief. De eieren komen uit na 5 weken broeden, de kuikens zijn zwart met witte lengtestrepen.

De legselgroottes van hoenderganzen kunnen per jaar enorm verschillen, dit blijkt verband te houden met het aantal millimeters regen dat valt in het voorjaar. Bij veel regen is er veel gras dat zaad kan vormen, dan volgen er de herfst daarna grote legsels. Na een droog voorjaar zijn de ganzen voorzichtiger en leggen ze veel minder eieren. Ook als er veel voedselconcurrentie is, zijn de legsels kleiner. In de jaren 70 kwamen er nog veel konijnen voor op een aantal eilanden, regelrechte voedselconcurrenten. In de jaren 80 verdwenen deze populaties en de hoenderganzen reageerden direct door meer jongen groot te krijgen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.