allevogels


advertentieruimte

Psittacula krameri

Halsbandparkiet - Psittacula krameri - Ringneck Parakeet or Rose-ringed Parakeet

De halsbandparkiet die wij tegenwoordig kennen, is vaak een kruising tussen verschillende ondersoorten. Zo zijn de volgende ondersoorten beschreven:

  • Afrikaanse halsbandparkiet, Psittacula krameri krameri (Scopoli 1769)
  • Abessijnse halsbandparkiet Psittacula krameri parvirostris (Souancé 1856)
  • Neumann's halsbandparkiet Psittacula krameri borealis (Neumann 1915)
  • Indische halsbandparkiet Psittacula krameri manillensis (Bechstein 1800)

De Afrikaanse halsbandparkiet wordt gezien als de nominaatvorm, hij onderscheidt zich slechts met details van de ondersoorten: Het is een slanker type en hij is wat kleiner. Hij heeft een minder sprekende nekband (roze in de nek), de bovensnavel is donkerrood en gaat bij de punt over in zwart en hij heeft een zwarte ondersnavel, met donkerrood aan de basis.

De twee eerstgenoemde soorten komen oorspronkelijk uit Afrika, vandaar de benaming Afrikaanse halsbandparkiet. De twee laatstgenoemde soorten komen veelvuldig voor in landen zoals Pakistan, India en China met daarom de "heel toepasselijke" naam: Indische halsbandparkiet.

De halsbandparkiet, wij spreken verder over de vogel als ware het één soort, wordt al eeuwen in Europa gehouden n gekweekt. Gemiddeld wordt de halsbandparkiet 42 cm groot, waarvan de staart bijna de helft vormt. Mannen en poppen zijn op volwassen leeftijd (vanaf 2 of 3 jaar) goed te onderscheiden, de mannen hebben een zwarte halsband, in de nek omzoomd met roze veren. De poppen tonen soms een lichtgroene verkleuring in hals en nek, maar nooit zwart.

Halsbanden zijn monogaam maar ze leven buiten het broedseizoen vaak in grote groepen. Ze slapen in groepen in bomen en ook de zoektochten naar voedsel gaan vaak groepsgewijs. De contactroep is een luide schreeuw, die ze ook vaak uiten tijdens het vliegen. Halsbanden trekken niet, het zijn echte standvogels.

In het wild eten halsbanden zo ongeveer alles, echte omnivoren dus. Ze eten zaden en granen, bloemen, bloemknoppen, nectar, fruit en insecten. Dat laatste vooral in de broedtijd. Het zijn geen nette eters, ze staan er om bekend dat ze nogal spilziek zijn. Van het lekkerste fruit eten ze vaak slechts een paar happen voor ze aan een ander stuk beginnen. Ze eten zonnebloemen die al pitten vormen half leef en van bomen slopen ze verse uitlopers om maar bij de nog te vormen bloemknoppen te komen.
In gevangenschap is gevarieerd maar gerantsoeneerd voeren dus beslist aan te raden.

Zoals bijna alle parkiet- en papegaaiachtige, is ook de halsband een holenbroeder. Ze maken zelf een hol in vermolmde boomstammen of ze gebruiken oude nesten van spechten. Meteen een fabeltje uit de wereld; spechten bouwen zelf elk jaar een nieuw nest, dus het is niet zo dat halsbanden door hun manier van nestelen spechten zouden verdrijven. Halsbandparkieten broeden vaak in een groep, op deze manier zijn rovers makkelijker te verjagen.

Als de pop het er tijd voor vindt, inspecteert ze de nestholte en krabt uren- soms dagenlang de bodem schoon. Dan begint het showen. De pop gooit haar kop naar achteren en maakt daarbij een soort klikkende geluidjes. De man buigt voorover, spreidt zijn vleugels en staart en maakt een typerend geluid dat duidt op paringsbereidheid. Ongeveer 3 of 4 weken na de eerste paring begint de pop te leggen, meestal 4 of 5 eieren. Alleen de pop broedt, ruim 3 weken, maar dan roert de vader zich ook weer en helpt de jongen voeren. De jongen vliegen na 6 weken uit en worden ook nog een paar weken door de ouders gevoerd.

Halsbandparkieten worden in veel kleurmutaties gekweekt. Terwijl de wildkleur lichtgroen is, zijn er blauwe, witte en vele combinaties van deze kleuren ontstaan. Hieronder een opsomming van erkende mutaties:

  • Lichtgroen (heette eerst wildkleur)
  • Hemelsblauw
  • Cinnamon
  • Bleekkop
  • Fallow
  • Brons Fallow
  • Grijsgroen
  • Grijs
  • Turquoise
  • Lutino
  • Dominant gezoomd
  • Overgoten
  • Pallid
  • Donkergroen
  • Olijfgroen
  • Bleekstaart
  • Misty
  • Opaline
  • Recessief Bont
  • Violet

In 1974 werden in het Brusselse Melipark een aantal halsbandparkieten losgelaten door Guy Florizoone, de toenmalig directeur van de Brusselse Meli. De vogels verspreidden zich snel over Brussel en het eerste broedgeval buiten het Melipark dateert uit 1975. In 1984 telde men in België 250 vogels, in 1988 waren het er al 500 en in 2005 werd de populatie op 7000 geschat.
Inmiddels leven er ook in Nederland heel veel halsbanden in het wild, bij een landelijke telling in november 2004 werd de grootste populatie aangetroffen op een slaapplaats in Voorburg, bij Den Haag: 3200 exemplaren. In diverse parken in Amsterdam leefden bij elkaar zo'n 1800 vogels; in Rotterdam werden 300 halsbandparkieten gevonden. Vanaf 2006 worden ook in en rond Haarlem grote groepen gezien. Ook daar hebben de vogels vaste slaapbomen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.