allevogels


advertentieruimte

Mergus merganser

Grote Zaagbek - Mergus merganser - Goosander or Common Merganser

De grote zaagbek is een forse eend, hij kan wel 70 cm lang worden. Het is de grootste eend binnen het geslacht Mergus, waar ook de middelste zaagbek onder valt.
Hij komt, verdeeld in drie ondersoorten in grote delen van de wereld voor. De Mergus merganser merganser leeft in en om Europa, de Mergus merganser orientalis in Azië en de Mergus merganser americanus in Noord-Amerika.

Mannetjes kennen een zomer- en een winterkleed, beter gezegd, een kleed in de broedtijd en erbuiten. Buiten de broedtijd lijken ze wat meer op de vrouwtjes, maar ze blijven wel wat donkerder op de rug en wat lichter op de flanken. In de broedperiode zijn ze prachtig zwartwit, waarbij de rode snavel mooi afsteekt.

Deze eend is een echte viseter en jaagt vaak in groepen. De kleine tandjes in de snavel zijn daar een prima hulpmiddel bij, ook vissen met een spekgladde huid en zelfs palingen kunnen zo vastgehouden worden. Grote of kleine vissen lijkt deze schrokoppen niet zoveel uit maken, vissen van 30 cm groot worden in één keer naar binnen gewerkt.
Naast vis eten grote zaagbekken ook insecten, schaaldieren, wormen en slakken en zelfs kleine andere vogels.

Een beetje afhankelijk van waar ze leven, begint de broedtijd voor deze zaagbekken vaak al in maart. De eenden baltsen in groepjes van verschillende paren, waarbij de mannetjes schitterend baltsen. Ze duiken half onder en komen dan heel sierlijk met een gebogen nek weer omhoog en ook voeren ze schijngevechten om de partner te imponeren.
Als een koppel klaar is om te gaan broeden, zoeken ze een voor eenden nogal ongebruikelijke nestplaats; grote zaagbekken nestelen namelijk in holtes, het liefst zelfs in een boom. Ze zoeken natuurlijke holtes of gebruiken verlaten nesten, vaak die van forse spechten. Deze fraaie eenden leven bijna het hele jaar in grote groepen en ze broeden ook graag in de buurt van soortgenoten.

Het nest wordt met dons van het vrouwtje en bladeren bekleed, daarna legt ze een grote hoeveelheid eieren. Gemiddeld bestaat een legsel uit 10 eieren, maar 15 komt ook voor. Om nog onduidelijke redenen leggen vrouwtjes grote zaagbekken ook vaak een paar eieren in het nest van een soortgenoot of zelfs in dat van een andere eendensoort.

Als de vrouwtjes gaan broeden, trekken de mannetjes weg naar grote open wateren om daar te ruien. Zij bemoeien zich niet met de broedzorg.
De vrouwtjes broeden ruim 4, soms zelf 5 weken en ondertussen moeten ze zelf regelmatig vis gaan vangen. De eieren moeten dan ook goed beschermd blijven, daar is het vele dons voor. De kuikens drogen 1 of 2 dagen op voor ze de grote sprong uit het nest wagen. Ze springen daarbij vaak van hoogtes van wel 10 meter en pas als ze allemaal beneden zijn, leidt moedereend ze naar het water. Ze blijft ze een paar weken voor ze zorgen, maar vooral als beschermer, de jongen kunnen al direct zelf klein voedsel vinden. Als ze 2 weken oud zijn, zijn ze al in staat zelf visjes te vangen.
Moedereend verlaat de jongen nog voor ze kunnen vliegen en zoekt de mannetjesgroep op om ook te ruien. De jongen moeten zich zelf redden en voegen zich pas heel laat bij de groepen, vaak pas in december. Pas als het meeste water dichtgevroren is, trekken de grote zaagbekken massaal zuidelijker.

Vooral in de winter zijn in en rond het IJsselmeer vaak grote groepen van deze prachtige eenden te zien.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.