allevogels


advertentieruimte

Psittacula eupatria

Grote Alexanderparkiet - Psittacula eupatria - Alexandrine Parakeet

De grote Alexanderparkiet is vernoemd naar Alexander de Grote, er wordt beweerd dat hij deze vogel meenam naar Europa als geschenk voor de edelen. Er is dus geen kleine Alexander of zelfs gewone Alexanderparkiet. De Zweedse plantkundige Linné, die zijn naam wijzigde en veel bekender werd onder de naam Linneaus, beschreef de vogel voor het eerst wetenschappelijk in 1766. Het woord Eupatria is een combinatie van Grieks en Latijn en betekent zoiets als "nobel vaderland". Wat deze naam daadwerkelijk met de vogel te maken heeft? Wij weten het niet.

Grote Alexanderparkieten komen van oorsprong uit Zuid-oost-Azië. Daar leven ze in dichte wouden en rond dorpen en steden. Het zijn sociale vogels, ze leven in grote groepen waarin de vogels regelmatig contact met elkaar houden door luid geschreeuw.
Er is wat gelijkenis met de Halsbandparkiet, maar er zijn wat opvallende verschillen. Zo heeft de Alexander een bredere nekband en rode vleugelspiegels. Ook is de kop wat meer afgevlakt dan die van de halsband en de grote Alexanderparkieten zijn wat forser, ze zijn gemiddeld 55 cm groot.

Er zijn 5 ondersoorten beschreven:

  • Psittacula eupatria eupatria, de nominaatvorm
  • Psittacula eupatria avensis
  • Psittacula eupatria magnirostris
  • Psittacula eupatria nipalensis
  • Psittacula eupatria siamensis

Er zijn kleine uiterlijke verschillen tussen de ondersoorten, die voornamelijk veroorzaakt zijn door de leefomstandigheden (o.a. voedselaanbod) in de verschillende leefgebieden.

Het geslachtsverschil is bij volwassen vogels goed te zien, alleen volwassen mannen hebben een zwarte nekband. Poppen tonen soms een vage band van wat grijsbruin, maar nooit zo donker als de mannen. Alleen bij de man zitten er roze veertje bij deze band. Bij jonge vogels echter is het een stuk lastiger. De band van de man komt pas helemaal op kleur als de vogel 3 jaar oud is. Tot die tijd lijken mannen en poppen erg op elkaar.
Jonge vogels tot anderhalf jaar ous zijn te herkennen aan de kortere staart, met name de middelste staartpennen.

Deze grote parkieten voeden zich met zaden, vruchten, knoppen, bloemen, jonge twijgen en nectar. Af en toe eten ze ook insecten.

Grote Alexanderparkieten broeden in holtes in bomen. Per legsel worden meestal 3 eieren gelegd die de pop in 4 weken uitbroedt. Beide ouders voeren de jongen veel en vaak, die vliegen uit als ze ruim 7 weken oud zijn. Ze worden dan nog weken lang gevoerd en pas 2 maanden na het uitvliegen eten ze geheel zelfstandig.

In Nederland en België vliegen tussen de duizenden halsbandparkieten ook vele honderden grote Alexanders rond en er zijn al diverse malen kruisingen gesignaleerd.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.