allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Passer griseus

Grijskopmus - Passer griseus - Common Grey-headed Sparrow

Over de grijskopmus zijn de geleerden het niet allemaal met elkaar eens, over de naam Passer griceus wel, maar over ondersoorten en/of verwante soorten bestaat wat onduidelijkheid. Zo menen Dowsett and Forbes-Watson dat Passer swainsonii, Passer gongonensis en Passer suahelicus ondersoorten zijn van de Passer griseus.
Anderen houden het er op dat dat aparte soorten zijn en dat de grijskop slechts 3 ondersoorten telt, te weten:

  • Passer griseus griseus als nominaatvorm, deze is ontdekt in Senegal door Vieillot in 1817
  • Passer griseus ugandae, beschreven door Reichenow in 1904
  • Passer griseus laeneni, door Niethammer in 1955
De verschillen tussen de ondersoorten zouden vooral te zien zijn in de kopkleur en in de grootte van de witte schoudervlekjes.

Er is ook nog de zuidelijke grijskopmus, de Passer diffusus, beschreven door Smith in 1836. Deze leeft, zoals de naam al doet vermoeden het meest zuidelijk. Deze heeft minder opvallende witte stippen in de vleugels, is iets lichter gekleurd, iets kleiner en heeft een kortere staart en een kortere snavel.

Eén theorie is dat de grijskopmus heel lang geleden door geografische verschuivingen is verdeeld in 5 populaties. Deze ontwikkelden alle hun eigen overlevingsstrategie en zodoende zijn er nu dus verschillende soorten en/of ondersoorten. Exemplaren van de verschillende soorten kruisen normaliter niet met elkaar, ook niet in overlappende leefgebieden.

In elk geval is de grijskopmus een mooie, stevige vogel, die in Centraal-Afrika van Ethiopië tot Senegal leeft, de zuidelijke grens wordt grofweg gevormd door de lijn Gabon tot Kenia. Ze leven zoals hier de huismussen voorkomen; van oorsprong als bewoner van uitgestrekte savannes en niet te dichte bossen, nu ook heel veel in bewoond gebied, speciaal op land- en tuinbouwgronden.

Het is een mus en dus een echte omnivoor, zaden echter vormen het grootste bestanddeel van het menu. De grijskop eet beduidend vaker fruit en zeker ook meer insecten, echt meer dan andere mussensoorten. Het voedsel wordt voornamelijk op de grond gezocht, meestal in flinke groepen. Deze groepen, van gemiddeld 50 vogels, zijn niet echt trekvogels maar trekken wel van voedselplek naar voedselplek.

In het broedseizoen vormen zich koppels, het is niet bekend of deze koppels ook meerdere jaren samen blijven. Als nest wordt van gras, riet en bladerreepjes een komvormig nestje gemaakt, meestal in een boom of struik, maar ook onder dakranden of in natuurlijke holtes. De pop legt per legsel meestal 3 eitjes, die door beide ouders bebroed worden. Al na 12 of 13 dagen komen de jongen op dezelfde dag uit en ook het voeren wordt door beide oudervogels gedaan. De eerste week voeren de ouders voornamelijk insecten en klein fruit, zaden komen pas later. Als de jongen 16 dagen oud zijn, vliegen ze uit.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.