allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Anthus pratensis

Graspieper - Anthus pratensis - Meadow Pipit

De graspieper werd al in het beroemde werk Systema Naturae van Linnaeus uit 1758, ondergebracht in de familie Motacillidae, in het Nederlands zijn dat de piepers en kwikstaarten. In 1805 werd de vogel door Bechstein in het juiste geslacht geplaatst, het geslacht Anthus. Dit geslacht bevat nu meer dan 40 soorten, bijna alle soorten piepers zijn er in ondergebracht.

Tegenwoordig worden er 2 ondersoorten erkend van de graspieper, de nominaatvorm Anthus pratensis pratensis en een ondersoort die ook in Engeland en Schotland voorkomt; de Anthus pratensis whistleri. In Ierland zou nog een derde ondersoort leven; de Anthus pratensis theresae, maar deze is (nog?) niet als zodanig erkend.

De graspieper is een vrij kleine vogel, hij meet rond de 14 cm. Hij is grijsbruin gestreept en zeker als hij stilzit op de grond, valt hij nauwelijks op. Hij loopt steeds heel snel kleine stukjes en blijft dan weer even heel stil staan, deels dus om niet op te vallen en anderzijds om te speuren naar voedsel. Zoals de naam al doet vermoeden, hij houdt zich graag op op de grond en vooral in het gras.

Graspiepers komen voor bijna geheel Europa en er zijn populaties die erg ver naar het zuiden trekken in de winter, tot zelfs voorbij de Sahara. Ook grote groepen overwinteren in Nederland, dat zijn de vogels die in het hoge noorden van Rusland en Scandinavië broeden. In zachte winters zijn er dan ook nog exemplaren die helemaal niet trekken en gewoon hier blijven. In vogelkringen wordt er dan gesproken van trekvogel, doortrekker en standvogel en dat allemaal over één soort. :-)

Graspiepertjes kunnen ook leuk zingen, ze vliegen vaak stijl omhoog van een tak of paaltje en laten dan een melodieuze roep horen. Als ze hoog genoeg zijn, laten ze zich al zwevend weer zakken en maken dan een in toonhoogte aflopend ander riedeltje.

Het voedsel van deze vogel bestaat in het voorjaar en zomer bijna volledig uit insecten, wormen en slakken, alles wel vrij klein. In de herfst en winter eten ze ook zaden, graszaden vooral en daarnaast bessen.

Vanaf half april splitsen de groepen graspiepers zich op en koppels zoeken een geschikte nestplek. Dit is meestal een rustige plek op de grond, vaak in hoog gras of andere beplanting. Van grassprieten en plantenwortels maken de vogels samen een prachtig nestkommetje, waar 4 of 5 eitjes in gelegd worden. De incubatietijd is gemiddeld 12 dagen en al na krap 2 weken vliegen de jongen uit.
In jaren dat er veel insecten zijn, brengen graspiepers vaak 2 nestjes groot. De jongen zijn wat matter van kleur dan de ouders en speciaal de jongen van de trekkende groepen moeten heel snel volledig uitgroeien. Ze moeten al heel snel klaar zijn voor de trek die half september al kan beginnen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.