allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Melopsittacus undulatus

Grasparkiet - Melopsittacus undulatus - Budgerigar

Misschien wel de meest bekende kooivogel is de grasparkiet. Al bijna 2 eeuwen wordt dit gezellige druktemakertje als huisdier in Europa gehouden en gekweekt. In het wild leeft hij in Australië, waar hij in grote zwermen van voederplek naar voederplek trekt. Alle vormen van graslanden, liefst omringd door struiken en bomen worden door deze kleurige vogeltjes bezocht, op zoek naar rijpe zaadjes. Zoals de naam al doet vermoeden, graszaden vormen het hoofdvoedsel.

Aanvullende informatie door Eduard Verheij over de naam:
Over de aaname dat de grasparkiet haar naam zou verkregen hebben door het eten van graszaad. Zal ongetwijfeld wel juist zijn hoor, maar...
Aardig om te weten dan, is dat de eerste naam voor dit vogeltje zangparkiet is geweest. De naam grasparkiet was eerder voorbehouden aan die vogels die tot de Neophema's behoren. We spreken dan over rond 1850-1900.
Op welk moment dit gekanteld is, kan ik niet zeggen, wel dat in wrk van rond 1900 dit nog wel zo was. Onder andere in het werk van Eduard Bhrem nog te lezen (een encyclopedie die eerst als losbladig systeen uitkwam en later in gebonden vorm).

Aan de neusdop is te zien of het een mannetje of een vrouwtje is. Dit is het stukje op de bovensnavel waarin de neusgaten zitten. Mannetjes hebben een blauwe neusdop. De popjes hebben een roze/lichtbeige neusdop. Bij het popje wordt de neusdop bruin als ze in broedstemming is.
Jonge vogels hebben meestal een lichtbeige neusdop of lichtblauwe, waardoor het niet zo gemakkelijk is om te zien of het een mannetje of een vrouwtje is. De neusdop verkleurt na de jeugdrui (met ongeveer 12 weken).

Grasparkieten worden zoveel gekweekt dat er ook een specialisme ontstaan is. Dat is begonnen Engeland; grasparkieten met een heel ander formaat en model kweken, de zogenaamde Engelse grasparkiet. Door gerichte kweek en zeer strenge selectie zijn grasparkieten ontstaan die veel groter zijn, die een andere lichaamshouding hebben en een totaal andere bevedering.

Zoveel liefhebbers, zoveel smaken, dus uiteraard is er de laaste jaren ook weer een groep liefhebbers opgestaan die juist terug wil naar de oorspronkelijke vogel, een klein kleurig klauteraartje dat uitstekend kan vliegen. Deze groep heeft zich voor een deel verzameld als liefhebber van "budgies", de koosnaam die de Australiërs de parkiet gaven.

De wildkleur is overwegend groen. Door spontane èn gerichte mutatiekweek zijn grasparkieten tegenwoordig in heel erg veel kleuren te zien, van wit en geel tot donkerblauw en zo'n beetje alles daartussenin.

Grasparkieten zijn dankbare vogels om te kweken, ze zijn zeer goede ouders, nesten van 6 of 7 jongen worden zonder problemen opgevoed. Omdat het van oorsprong holenbroeders zijn, zijn gesloten nestkasten met een invlieggat het meest geschikt. Ze gebruiken nauwelijks nestmateriaal, een kuiltje in de bodem is al voldoende.

Tips
De pop van een grasparkiet zit als ze broedrijp is vaak direct in de nestkast. Hierdoor is het voor de man bijna onmogelijk om een bevruchtig uit te voeren. Om te voorkomen dat een pop direct de nestkast induikt, kun je de opening in de nestkast afsluiten met een stokje van een ijslolly. Hierdoor moet de pop eerst de opening vrijmaken, door het stokje kapot te maken. In de tijd dat de pop hier mee bezig is, heeft de man ruim de tijd om de haar te bevruchten.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.